is toegevoegd aan uw favorieten.

Pharmaceutisch weekblad; voor Nederland, jrg 15, 1878-1879, no 44, 02-03-1879

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

vroedvrouw binnen eene maand na hare vestiging in de nieuwe woonplaats het bewijs van het visa van den geneeskundigen inspecteur dier woonplaats voorzien. Bij gebreke daarvan verliest het zijne geldigheid. Artikel 12, Het examen als vroedvrouw betreft: A. voor zooveel aangaat het theoretisch gedeelte: a. algemeene kennis van het samenstel van het menschelijk lichaam en van zijne verrichtingen; b. meer bijzondere kennis van het bekken en van de vrouwelijke zachte geslachtsdeelen; c. de kennis van den loop der zwangerschap, der haring en van het kraambed inden regelmatigen toestand en van den daarbij te verleenen bijstand; d. de kennis van de meest voorkomende stoornissen gedurende de zwangerschap,: de haring en het kraambed en van de daartegen in te roepen hulp. B. voor zooveel aangaat het practisch gedeelte : a. de aanwijzing op het droge bekken of op het fantome van het werktuigelijk verloop der haring bij de verschillende liggingen der vrucht; h. het uitvoeren van kunstbewerkingen, tot welke eene vroedvrouw volgens de bestaande wettelijke bepalingen bevoegd is. Artikel 13. Bij het examen als apothekers-bediende moeten bewijzen worden geleverd; a. van met vrucht genoten behoorlijk lager onderwijs; b. van bedrevenheid in het verstaan van recepten, in het Latijn geschreven; c. van kennis der geneesmiddelen, voor zooveel als noodig is voor de gewone receptuur; van het vroegere medicinaal gewicht en van bet Nederlaudsch stelsel van maten en gewichten; d. van bekwaamheid in het gereedmaken van recepten. Slotbepaling, Artikel 14. Dit besluit treedt in werking tegelijk met de wet van 25 December 1878 {Staatsblad No. 222), regelende de voorwaarden tot verkrijging der bevoegdheid van arts, tandmeester, apotheker, vroedvrouw en apothekers-bediende. NIEUWE EEGELING. Door dein dit nommer opgenomen Koninklijke Besluiten worden o. a. de volgende punten opgehelderd: 10. Pat, zooals wij ook vermoedden, de nieuwe regeling a.s. 1 Augustus in werking treedt. 20. De omvang van het examen voor hen, die niet in het bezit zijn vaneen diploma van eindexamen der Hoogere Burgerscholen met vijfjarigen cursus of van het getuigschrift vaneen progymnasium of van de eerste 4 jaren vaneen gymnasium, om te doen blijken, dat zij tot de uitoefening der natuurkundige wetenschappen genoegzaam voorbereid zijn. Dit examen is geheel hetzelfde als het tegenwoordig litterarisch-mathematisch examen, uitgenomen dal geen kennis der latijnsche taal meer wordt vereischt. Voor dit examen wordt jaarlijks eene afzonderlijke commissie door den Koning benoemd. Het is dus een staats-examen. 30. De omvang van het examen voor apothekers-bediende. Dit komt in andere bewoordingen overeen met het tegenwoordig leerling-apothekersexamen. In plaats van //beginselen der Nederlandsche taal eu der rekenkunde” komt nu het bewijs //van //met vrucht genoten behoorlijk lager onderwijs/’ in plaats van beginselen der Latijnsche taal //bedre//venheid in het verstaan van recepten, in het Latijn //geschreven.” Dewijl tot het lager onderwijs ook de kennis der natuur behoort, zal de examen-commissie ook notie kunnen nemen van de allereerste beginselen der natuurwetenschappen. Waarlijk, de omschrijving stelt dit examen zeker niet te moeilijk voor; de bedoeling is kennelijk praktische bedienden inde apotheken te leveren. Wij kunnen niet ontveinzen, dat wij bij de meerdere bevoegdheid, die het examen verleenen zal, hoogere eischen, meer wetenschappelijkheid verwacht en gewenscht hadden. In het volgend nommer wenschen wij op te geven.

welke weg voor de opleiding tot den staat van //apotbekers-bediende” naar onze meening het best het doel zal doen bereiken. Dit tevens tot antwoord aan verschillende vragen, die wij daaromtrent ontvingen. Doedkecht, 25 Februari 1879, Weledele heer! Naar aanleiding van eene doorn in het Pharm. Weekblad van 27 October 1878 gedane uitnoodiging aan alle Nederl. heeren apothekers om in het midden van het jaar '79 eene bijeenkomst te houden tot het bespreken van Pharmaceutische belangen, heb ik de eer namens de alhier gevestigde Vereeniging wPharmacia et Concordia” hare instemming te betuigen om daartoe mede te werken, ingeval het blijken mocht dat eene genoegzame deelneming de uitvoering van dit plan mogelijk zal maken. Zij houdt zich zeer aanbevolen voor de mededeeling van nadere bijzonderheden, welke daaromtrent ter uwer kennis zullen gekomen zijn. Hoogachtend enz. S. E. G. Holtzapfpel, Secretaris. Te gelegener tijd deeleu wijde verlangde bijzonderheden mede benevens een Programma van hetgeen naar onze meening de bijeenkomst kan opleveren. Inmiddels noodigen wij belangstellenden dringend uit, ons tijdig kennis te geven van hun voornemen, om de bijeenkomst bij te wonen. Red. Botterdam, Februari 1879. Weledele heer! Onder dankzegging voor uwe bereidwilligheid voorliet plaatsen van mijn ingezonden stuk in het Pharm. Weekblad 15e Jaargang No. 42, verzoek ik u beleefd ook het onderstaande nog te plaatsen. Het betreft de door UEd. daaronder geplaatste noot, dat Dr. M. C. Mensiug, Chef van Dienst van het IJkkantoor alhier, mij behulpzaam was inde redactie van bovengenoemd stuk. De toedracht is als volgt. Ten einde met zekerheid den heer v. L. H. te kunnen repliceeren, wendde ik mij zooals is medegedeeld tot den heer Mensing en ontving van ZEd. de welwillendste mededeelingen en inlichtingen; daarna werd het stuk door mij opgesteld en las ik dit ZEd. vóór met verzoek of de punten, welke ik aanhaalde, juist waren en derhalve of ik het zoo aan U kon inzenden ter plaatsing, hetwelk goedkeurend beantwoord werd. Hierin bestaat de geheele hulp van den heer Dr. Mensing. De opname hiervan zal mij zeer aangenaam zijn, omdat door uw noot, waartoe mijne mededeeling aan u aanleiding gaf, het den schijn kan krijgen dat de heer Dr. Mensing mij boven anderen protegeerde en ik het als reclame aanhaalde. Het eerste is niet het geval, aangezien ZEd. evenmin als andere heeren aan het IJkkantoor alhier werkzaam den eenen fabrikant voortrekken boven den ander. Het tweede was niet mijne bedoeling. Hoogachtend enz. J. C. Th. Maeius, Agent van F. Leybold’s Nachfolger te Keulen. Aan de Redactie van het Fharmac. Weekblad. Mijnheer de Redacteur! Wij verzoeken ü beleefdelijk tot slot het onderstaande nog te willen opnemen in het eerst volgend nummer van uw Blad. Gaarne treden wij ineen strijdperk met lieden, die toonen eene wetenschappelijke ontwikkeling te hebben genoten; hun raad en hunne inlichting aangaande verbetering onzer balansen stellen wij op hoogen prijs. De tijd

is ons echter te kostbaar, om den vermakelijken onzin van den heer van Ledden HuFsebosch verder te beantwoorden. Met achting enz. Beckee’s Sons. Rotterdam, 24 Februari 1879. Wij wenschen en vertrouwen, dat dit het finale slot der balansen-kwestie zij. Red. Dezer dagen ontving ik vaneen bekend bandelshuis Fructtis Anisi, waarin bij onderzoek eene niet geringe hoeveelheid Fructus Conii aanwezig bleek te zijn. Sedert geruimen tijd is mij dit niet voorgekomen en ik meen daarom dit ter algemeene kennis te moeten brengen. A. C. V. D. BïLLAAEDT Je. ’s Hage, 27 Februari 1879. Naar wij vernemen, is inde zaak // Cacao van de firma van Houten” (zie het vorig Nommer) aan die firma de vordering voor den rechter ontzegd en Leistner vrijgesproken alleen op grond, dat niet bewezen kon worden, dat Leistner het artikel in zijn Tijdschrift besproken had met het doel om genoemde firma te benadeelen. De heeren 11. Claus en Zonen, apothekers te Amsterdam, verzoeken ons in het Pharm. Weelcblad de apothekers aldaar te waarschuwen voor eene vrouw, die onder verschillende namen tot gereedmaking een recept aanbiedt vaneen morphine-oplossing (0,800 op 50), dit veertien malen tegelijk laat gereedmaken en valsche kwitanties vertoont. Genoemde firma bericht de dupe geweest te zijn van deze fraude en voor zoover haar nu reeds bekend, is dit ook het geval met andere apothekers. De zaak is in handen der politie gesteld. • Inde Pharm. Zeitung is herhaaldelijk de waarneming medegedeeld, dat Infusio joliorum Digitalis geleiachtig wordt. Het verschijnsel wordt daaraan toegescbreven, dat de gebruikte bladen te dikke bladstelen bevatten en dat de warme trekking te lang geduurd heeft. De oorzaak zal dan gelegen zijn ineen sterker gehalte aan pectine, die onder den invloed van lucht en warmte in pectinezuur overgaat en gelatineert. Men zal zich herinneren, dat inde Ed. I onzer Pharm. bij Digitalis werd opgegeven de bladstelen (van de wortelbladen) en de hoofdnerf van de bladen weg te nemen (het voorschrift is inde Ed. II niet overgenomen). Kan misschien ook eene ondervinding als de bovenstaande tot het voorschrift der Ed. I aanleiding gegeven hebben? Pcrsöosüijke aaïigcSegesiliedeii. Door Z. M. is benoemd tot apotheker 3de klasse bij het personeel van den geneeskundigen dienst der landmacht, de student (apotheker) K. Yerlaau. Door den Gouv.-Gener. van N.-Indië is overgeplaatst naar het hospitaal te Samarang de milit. apoth. 3e kl. S. Jacobs; op nonactiviteit gesteld de apoth. Iste kl. J. A. E. Erkelens, onlangs van verlof uit Nederland teruggekeerd. 23 Februari overleden te Helder de heer Hugh Mackay, apotheker aldaar, inden ouderdom van bijna 57 jaren. Ojjciilijfec correspoudcntic. De te Parijs in apotheken werkzame Nederlandsche heeren, die mij onlangs berichten toezonden, worden beleefd verzocht mij te melden, hoe het best de gelegenheid verkregen wordt, om aldaar in eene apotheek geplaatst te worden en aan welke eischen een Nederlander daartoe moet voldoen. Het artikel van dr. Bruinsma te Steenbergen in bet volgend nommer.