is toegevoegd aan uw favorieten.

Tijdschrift voor wetenschappelijke pharmacie, jrg 1, 1865, 1865

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

gezonden zaden , zoo in Nederland als in Java, ontkiemd waren, landde Hasskarl op 13 December 1854 te Batavia met een-en-twintig kisten kinaplanten aan, en werd hij door de regering met de leiding van de kinakultuur belast. Deze betrekking werd echter niet lang door hem bekleed, daar hij, ten gevolge van ziekte, genoodzaakt wasverlof te vragen en inde tweede helft van 1856 naar Europa vertrok. Ten gevolge hiervan werd wijlen de heer E. W. Jun g* tuhn, inspekteur belast mee natuurkundige onderzoekingen lQ Nederlandsch Indië, door den gouverneur-generaal, eerst tijdelijk en daarna definitief, aan de kinakultuur verbonden.

Blijkens de officiëele staten, opgemaakt op 20 Julij 1856, bedroeg het aantal van de op Java aanwezige levende kinaplanten, ten tijde van het optreden van Junghuhn, niet ttieer dan 351. Buitendien waren nog 1650 stekken, voor een groot deel onbeworteld, voorhanden. Brengt men dezen bestand in verband met het groot getal uitgezaaide zaden en de 24 door den heer Hass ka r 1 medegebragté kisten ®iet levende kinaplanten, dan schijnt het resultaat allezina ongunstig en wordt men tot de vooronderstelling geleid, dat jeugdige kuituur inden aanvang met vele tegenspoeden beeft te worstelen gehad, waarvan de aard mij echter uit de rapporten van dien tijd niet duidelijk is gebleken. De 251 °P 20 Julij 1856 bestaande kinaplanten waren verdeeld in be plantsoenen Tjibodas op den berg G-edeh en Tjiniroean °P den berg Malabar, en bestonden uit 99 Cinchona Calisaya, 140 Cinchona Pahudiana, 7 Cinchona laneeolata, 1 Cinchona succirubra, 3 Cinchona lancifolia en 1 Cinchona Pnbescens. Spoedig nadat de leiding van de kinakultuur door Jun gb u h n overgenomen was bleek het hem, dat de kinaplanten 111 het plantsoen Tjibodas meerendeels kwijnende Waren en onkelen zelfs stierven, welk treurig verschijnsel hij aan twee oorzaken toesehreef, namelijk 1, aan het planten inde open z°n zonder eenige schaduw hoegenaamd, en 2. aan den on-Snnstigen bodem, eene ondoordringbare tjadaslaag, die echts met eene dunne laag teelaarde bedekt was. Wat de

39