is toegevoegd aan uw favorieten.

Tijdschrift voor wetenschappelijke pharmacie, jrg 1, 1865, 1865

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

naam ontstond daaruit, dat het bij vele kinasoorten ónmogelijk is de juiste soort te bepalen , tenzij men in het bezit zij van de bloem en de vrucht. Zoodra dus de twijfelachtige Cinchona bloeide en vruchten droeg, had Junghuhn de Doodige gegevens om hare soort te bepalen en kwam hij hij het onderzoek tot de konklusie dat deze twijfelachtige soort óf Cinchona lucumaefolia óf eene nieuwe soort was (1). Ten einde dezen twijfel op te heffen zond ik , met toestemming van den gouverneur-generaal, een bldeijenden tak met vruchten aan mijn vriend den kinoloog Howard te Londen , die door zijn aankoop van het herbarium van Rui z

en Pav o n , inde beste gelegenheid was om den bestaanden twijfel op te lossen. De heer How ar d verklaarde, na onderzoek van het hem toegezonden exemplaar, dat het niet de C. carabayensia was, zoo als in Nederland door sommigen beweerd was, maar eene nog onbekende kinasoort, Waaraan door hem de naam van Cinchona Pahudiana gegeven werd (2). De sedert onder dien naam inde officiëele staten voorkomende kinasoort is sedert Junij 1858 tot in 1863, als wanneer ik haar voor het laatst zag, steeds voortgegaan met bloemen en vruchten te leveren, zoodat millioenen zaden van haar verkregen zijn. Daarentegen begonnen wel enkele Calisaya-boomen in het plantsoen Tjibodas eveneens bloemen en vruchten te leveren, doch stierven zij vóórdat alle zaden tot rijpheid waren gekomen. Bij gevolg had J unghuhn van de Cinchona Pahudiana millioenen rijpe zaden ter zij(l) De oorzaak van dezen twijfel vanJnnghnhn, die door sommigen zeer onbillijk beoordeeld is, was gelegen inde korte beschrijving der C. lucumaefolia door den heer Weddell, die bijv. daarin niet vermeld had of hare bladeren al of niet behaard waren. (2) De Cinchona carabayensis bereikt, volgens den heer Weddell, in haar vaderland geene grootere hoogte dan van 3 meters (ruim 9 voeten), terwijl een exemplaar der Cinchona Pahudiana op de helling van den Gedeh op uit. December 1863 eene hoogte had van 34 par. voeten. Dit verschil van naam is daarom van belang omdat de bast van Cinchona eaiabayensis geene waarde heeft.

43