Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

groexjen noodig, waaruit volgt dat hunne aankweeking den grond verarmt. Maar het meeste nadeel is, dat de ruimte die tegenwoordig door de beetwortelen ia Europa en het suikerriet inde tropische gewesten wordt ingenomen, kon en moest dienen tot den aanhouw van graan of voeder in Europa, en die van rijst inde tropen, en het is mijne nieening, dat, in betrekking tot den voortdurenden aanwas der bevolking in Europa en Azië, de tijd niet ver verwijderd is, dat het volstrekt noodig zal zijnde groote oppervlakte grond die tegenwoordig door de beetwortelen en het suikerriet Wordt in genomen aan de kuituur van tarwe en rijst af te staan, ten einde te kunnen voorzien inde toenemende behoeften aan deze artikelen van consumtie.

Terwijl nu het suikerriet en de beetwortel een grond iioodig hebben eigen aan de graansoorten, tiert de Arenpalm op gronden welke geheel en al ongeschikt zijn voor deze kuituur, en wel zoodanig ongeschikt, dat men er te vergeefsch rijst of granen op zou kunnen doen groeijen. De •A-renpalm verlaat de diepe valeijen van Java, verwijdert zicli in sommige deelen van het eiland van de boorden der zee «n nadert meer het binnenland, alwaar men deze palm in groepen vereenigd aantreft en het is zeer wel mogelijk dat >nen rijke aanplantingen van dezen schoonen boom zou kunnen maken. Er is echter een bezwaar dat evenwel niet Van belang is, dat namelijk deze boom elf a twaalf jaren °ud moet wezen om geschikt te zijn tot voortbrenging van Suiker. Maar ais hij deze levert kan de bewerking gedurende vele jaren achter elkander geschieden en de bereiding der suiker wordt alsdan eene voortdurende industrie en niet afgebroken zooals die tegenwoordig plaats heeft. Volgens mijne berekening kan een veld van 30 morgen met deze boomen beplant jaarlijkseh 24,000 kilo’s suiker vóórtbrengen op een grond welke geheel en al ongeschikt is tot elke andere soort van kuituur. ('Journal de Fharmacie ei de Chimie 1865. Aorii.)

179

Sluiten