Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Over de bitterstof der sermebladen; door L udw i g.

Het alcoholisch aftreksel der sennebladen werd afgede* stilleerd, het overblijvende met beenderkool uitgedampt en met koud water uitgewasschen. Dein de kool zich bevindende bitterstof werd door uitkoken met alcohol vrij gemaakt , de alcohol er afgedestilleerd en het overschot met zuiver loodoxyd en water zamengewreven en ingedroogd» ten einde een weinig voorhanden organische zuren aan het lood te binden. Uit het mengsel werd de bitterstof en een weinig loodoxyd door den alcohol uitgetrokken , welk loodoxyd door zwavelwaterstof verwijderd werd en er zonderden zich uit de alcoholische oplossing een aantal kleine naaldvormige kristallen af, onder het mikroskoop als tetragonale prismen te onderkennen en die de schrijver voor biphosphas kalicus met organische verontreinigingen houdt. De daarbovenstaande alcoholische vloeistof leverde na verdamping eene amorphe geelbruine massa, die aanvankelijk zoetachtig, daarna aromatisch bitter en prikkelend van smaak was, met welke waterige oplossing de volgende proeven genomen werden. Acidum tannicum gaf een volumineus praeeipitaat, door chloretum hydrargyricum ontstond geen praeeipitaat, evenmin door chloretum platinicum. ‘ Sodaloog kleurde de oplossing rood, koperoplossing werd er niet door gereduceerd; met verdund zwavelzuur verhit verspreidde de oplossing een sterke, aromatische reuk en er ontstonden oliedroppels op de vloeistof, hetwelk eene aangevangen splitsing aanduide. De van de olie afgezonderde vloeistof reduceerde koperoplossing dadelijk' Do tot de elaeoglycosiden behoorende bitterstof werd door behandeling met looizuur, verdamping van het bekomen praeeipitaat met loodoxyd, uittrekking der massa met alcohol en afzondering van het daarbij opgeloste lood door zwavelwaterstof gezuiverd en de oplossing verdampt. ||ïïet praeeipitaat door looizuur was gemakkelijk als twee-

180

Sluiten