is toegevoegd aan uw favorieten.

Pharmaceutisch weekblad; voor Nederland, jrg 9, 1872-1873, no 10, 07-07-1872 [Index]

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

bruik van laatstgenoemden het gedeelte, hetwelk zich boven de vloeistof bevindt, zoo warm kan worden, dat daardoor bij het omroeren of omschudden een gedeelte aan de wanden gereduceerd wordt, hetwelk natuurlijk tot fouten aanleiding geeft. Bij het gebruik van kolven heeft men hiervoor minder zorg, indien men van tijd tot tijd schudt, voordat de inhoud aan de kook komt.

Welken invloed de hoeveelheid alcali op de ontleding der koperoplossing heeft, blijkt uit de volgende opgaven: 1. 10 C. C. koperoplossing werden met omstreeks 40 O. C. water in eene kolf gekookt, zonder dat een neerslag ontstond. Vervolgens werd uit eene buret, in 1/5 C. C. verdeeld, zoo lang van- de voormelde normale suikeroplossing gevoegd, totdat in eene snel afgefiltreerde proef na bijvoeging van eenige droppels azijnzuur en vaneen droppel eener zeer verdunde oplossing van ferrocyaankalium geen koperkleurige neerslag ontstond. Er waren 30 C. C. suikeroplossing gebruikt. Eene tweede proef gaf hetzelfde dus 30 X 0,001754 0,05263 gram druivensuiker aan als noodig tot reductie van 10 C. C. koperoplossing. 3. Bij de 10 C.C. derzelfde koperoplossing werden 10 C.C. natronloog van 1.163 spec. gewicht gevoegd. Nu waren tot volledige reductie 33 C.C. der suikeroplossing noodig, dus 33 X 0,001754 = 0,05788 druivensuiker. 3. Bij eene derde proef werden bij de 10 C.C. koperoplossing 50 C.C. natronloog gevoegd. Nu waren 48 C.C. suikeroplossing noodig. WélHd. Heer Redacteur! Gaarne zou ik zien dat de onderstaande vraag in het Pharmaoeutisch Weekblad werd opgenomen, opdat daarover eenige gedachtenwisseling uitgelokt worde. Is het met het oog op de Wet op het Middelbaar Onderwijs geoorloofd, dat een apotheker te gelijk verscheidene jongelieden opleidt voor de examens als apotheker, hulp-apotheker en leerling-apotheker, en hun dus tot dat einde onderwijs geeft inde talen, de wiskundige en de natuurkundige wetenschappen ? Hoogachtend EEN APOTHEKER. Bij de beantwoording dezer vraag dient vooral op den aard van het onderwijs te worden acht gegeven. Art. 1 der Wet tot regeling van het middelbaar onderwijs zegt, dat tot dit onderwijs worden gerekend te behooren alle vakken, welke volgens deze wet onderwezen worden aan de scholen, waarover zij zich uitstrekt. Tot het geven van dit onderwijs is volgens art. 4 niemand bevoegd, die niet in het bezit is der bij deze wet gewordende bewijzen van bekwaamheid en zedelijkheid of volgens een der overgangsbepalingen daartoe het recht verkregen heeft, tenzij men volgens art. 5 slechts aan kinderen van één gezin middelbaar onderwijs geeft of van den koning vergunning verkregen heeft tot het kosteloos geven van zoodanig onderwijs. Het diploma van apotheker geeft volstrekt geen jus docendi noch tot middelbaar school- noch tot huisonderwijs. Geheel anders staat het met het hooger onderwijs. Het hooger onderwijs heeft volgens art. 1 der daarop betrekkelijke wet van 1815 ten doel, //den leerling, na afloop //van het lager en middelbaar onderwijs, tot een geleer//den stand inde maatschappij voor te bereiden,” Het hooger onderwijs nu is vrij. Het staat, volgens art. 3 der wet van 1815, ieder, die zich daartoe geschikt gevoelt, vrij inde onderwerpen van dit onderwijs aan anderen onderricht te geven.

Het middelbaar onderwijs heeft dus algemeene ontwikkeling ten doel, het hooger onderwijs is vak-onderwijs. Toetsen wij hieraan het onderwijs te geven voor de opleiding tot de pharmaceutische graden. lleeds dadelijk valt in het oog, dat de opleiding van den hulp-apotheker tot apotheker aan elkeen, die zich daartoe geschikt gevoelt, geoorloofd is. Dit levert dus geen bezwaar op. Zoo ook behoort het onderwijs voor het verkrijgen der kennis en geschiktheid tot het gereedmaken van recepten geheel en al bij den apotheker. Moeilijker wordt de vraag, waar het geldt de vakken, die zoowel bij het middelbaar als bij het hooger onderwijs behooren. Deze vraag kwam reeds op bij de Rapporteurs van het wetsontwerp op het middelbaar onderwijs. „Hoe zal het nu gaan met huisonderwijs?” vroeg men. Zal degeen, die zich zonder bevoegdheid daartoe te bezitten, opwerpt als huisonderwijzer, door de aankondiging, dat hij vooral ook lessen in het Latijn geeft, waardoor hij op zijn onderwijs den stempel van hooger onderwijs, van voorbereiding voor de hoogeschool drukt, niet alle vervolging kunnen ontduiken? Het antwoord des Ministers daarop luidde: „Omvang en aard van het onderwijs zullen, waar het //dezelfde vakken geldt, moeten beslissen of het hooger //dan middelbaar onderwijs zij.” Het onderwijs inde nederlandsche taal, de hoogduitsche en fransche taal, de rekenkunde, en wis- en stelkunst ligt onzes inziens geheel buiten de bevoegdheid van den apotheker. Dit behoort geheel tot het lager of middelbaar onderwijs. Het onderwijs inde Latijnsche taal daarentegen, als tot het hooger onderwijs behoorende, staat hem vrij. Natuurkunde, Scheikunde, Plantenkunde, Dierkunde, Delfstof kunde zijn leervakken, die zoowel bij het middelbaar als bij het hooger onderwijs tehuis behooren. Het komt er dus op aan, tot welke rubriek men het onderwijs in deze vakken voor de opleiding tot hulp-apotheker rekent. Op de scholen voor middelbaar onderwijs wordt wel genoeg natuurkunde, dierkunde en delfstofkunde, maar inden regel te weinig scheikunde en zeker niet genoeg plantenkunde gedoceerd voor het hulp-apothekers-examen. Dit valt duidelijk in het oog, indien men het programma voor het eindexamen der H oogere Burgerschool vergelijkt met de verslagen der hulp-apothekers-examens. Ook geeft het diploma van afgelegd eindexamen wel het voorrecht, dat men, op het latijn na, van het litterarisch gedeelte van het hulp-apothekers-examen is vrijgesteld, maarde examinandus moet zich verder aan het geheele natuurkundig examen onderwerpen. Volgens onze bescheiden meening is de apotheker als zoodanig niet wettig bevoegd onderwijs in natuurkunde, scheikunde, plantenkunde, dierkunde en delfstofkunde te geven in dien geest zooals zij op de Hoogere Burgerscholen gedoceerd worden, namelijk als middelen tot algemeene ontwikkeling. Zeer zeker is hij echter, even als elkeen, die zich daartoe geschikt acht, vrij, bij leerlingen, die het lager en middelbaar onderwijs hebben afgeloopen, inde genoemde vakken aan te vullen, wat nog ontbreekt voor het hulp-apothekers-examen, want hij kan alsdan zijn onderwijs hooger onderwijs heeten. Uittreksels uit Binnen- en Bultenlandsche tijdschriften. De perles d’éther (in Frankrijk veelvuldig in gebruik) worden volgens Hager op de volgende wijze vervaardigd.