Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

3. Lood in loodwit. 4. Morphinum in opium. 5. Lood in acetas plumbicus. 6. Koper in sulphas cupricus. 7. Zwavelzuur in sulphas kalicus. 8. Morphinum in opium. 9. Chininum in sulphas chinini. 10. Carbonas baryticus in loodwit. 11. Carbonas calcious in loodwit. 13. Zink in sulphas zinoicus.

b. Boor maat-analyse. 1. Ammonia in ammonia liquida. 2. Zwavelzuur in acidum sulphuricum dilutum. 3. Azijnzuur in acidum aceticum. 4. Ijzer in solutio chloreti ferrici. 5. Cyaanwaterstofzuur in aqua laurocerasi. 6. Chloor in aqua chlorata. 7. Chloor in hypochloris calcicus. 8. lodium in tinctura iodii. 9. Chloor in chloornatrium. 10. IJzer in vinum tartratis kalico-ferrici. 11. Zilver in nitras argenticus. 12. Suiker in eene suikeroplossing. Serie D. Onderscheiding en opsporing van vergiften. a. Vaneen anorganisch vergift. 1. Chromas plumbicus in spijzen. 2. Acidum arsenicosum en tartarus emeticus in spijzen. 3. Chloretum hydrargyricnm in spijzen. 4. Cyanetum hydrargyricum in spijzen. 5. Phosphorus in spijzen. 6. Auripigmentum in spijzen. 7. Sohweinfurter groen in spijzen. 8. Cyanetum hydrargyricum in spijzen. 9. Sulphas cupricus in spijzen. 10. Aoetas plumbicus in spijzen. 11. Sulphas zincicus in spijzen. 12. lodetum hydrargyricum in spijzen. b. Vaneen organisch vergift. 1. Strychnine in Spijzen. 2. Morphine // Bier. 3. Strychnine n Bier. 4. Brucine n Bier. 5. Yeratrine u Bier. 6. Narcotine n Bier. 7. Nux vomica n Spijzen. 8. Atropine // Bier. 9. Coniine // Bier. 10. Opium // Spijzen. 11. Coniine // Bier. 12. Morphine n Bier. Gedurende deze werkzaamheden werden de candidaten op eenige avonden inde gelegenheid gesteld, inde apotheek van ’s Bijks hospitaal, proeven te leveren van hunne bekwaamheid in het gereedmaken van geneesmiddelen. Na afloop der praktische werkzaamheden werden al de 12 candidaten tot het mondeling examen toegelaten. Dit mondeling examen betrof de vakken genoemd in art. 9, sub. a, b, c en e, en werd daarbij, voor zoo verre het a betrof, gebruik gemaakt van levende planten uit de botanische tuinen der hoogescholen te Utrecht en Leiden, en van de pharmacognostisohe verzameling van ’sßijks hospitaal. Gedurende het mondeling examen werd door de candidaten uit elk der drie volgende seriën ééne vraag schriftelijk beantwoord. Serie A. 1. Beschrijf de verschillende methoden van quantitatieve bepaling van cv aan waterstof bij toxicologisch onderzoek. 2. Beschrijf hetzelfde van morphine, 3. Beschrijf hetzelfde van chloroform.

4. Beschrijf hetzelfde van strychnine. 5. Beschrijf de verschillende methoden van quantitatieve bepaling van antimoon bij toxicologisch onderzoek, en reduceer de resultaten tot metallisch antimoon. 6. Pletzelfde van arsenik. Serie B. 1. Geef eene pharmacologische beschrijving van de verschillende soorten van rhabarberwortel inden handel voorkomende, met opgave van de scheikundige bestanddeelen. 2. Geef eene beschrijving van de bereiding van het opium, de kenmerken van deugdzaamheid en de samenstellende deelen. 3. Geef eene pharmacologische beschrijving van gummi arabicum, gummi senegal en tragacantha. 4. Beschrijf de fructus anisi en fructus conii en welk onderscheid daartusschen bestaat. 5. Beschrijf de afkomst, kenmerken en soorten van aloë. 6. Wat weet gij van de oleum jecoris aselli? 7. Wat weet gij van de kinabasten inde Pharm. Neerl. (editio altera) genoemd ? 8. Beschrijf het ontstaan, de ontwikkeling, structuur en verdere bijzonderheden van het moederkoorn. 9. Wat is lyoopodium, hoe is zijn uiterlijk voorkomen, waarmede wordt het vervalscht, en hoe zijnde vervalschiugen te onderkennen'* 10. Geef eene beschrijving van moschus, waarmede wordt zij vervalscht, en hoe zijn die vervalschingen te onderkennen ?

Serie C. I. Beschrijf sambucus nigra en prunus laurocerasus. 3. Beschrijf symphytum officinale en cicuta virosa. 3. Beschrijf acorus calamus en coohlearia officinalis. 4. Beschrijf digitalis purpurea en conium maculatum. 5. Beschrijf fraxinus ornus en tanacetum vulgare. 6. Beschrijf matricaria chamomilla en daphnemezereum. 7. Beschrijf pinus sylvestris en datura stramonium. 8. Beschrijf salvia officinalis en tritioum repens. 9. Beschrijf quercns robur en papaver somniferum. 10. Beschrijf colchioum autumnale en viola tricolor. 11. Beschrijf erythraea centaurium en hyoscyamus niger. Ook moesten de candidaten van eenig plantendeel een doorsnede voor den microscoop vervaardigen, en mondeling eene beschrijving van het waargenotnene geven. Het examen heeft de commissie geleid tot de volgende opmerkingen. De resultaten bij het examen in toxicologie waren in het algemeen vrij voldoende. De candidaten toonden de verschillende methoden tot het opsporen van organische en anorganische vergiften goed te hebben bestudeerd, en legden ook eene vrij voldoende mate van bedrevenheid inde -praktijk der toxicologie aan den dag. De artsenij kennis was bij de meeste candidaten voldoende ; in het microscopisch onderzoek der simplicia hadden zich echter betrekkelijk weinigen voldoende geoefend. Een paar candidaten gaven bewijzen van degelijke studie der geneeskrachtige planten, bij anderen was de kennis van dit gedeelte vrij middelmatig: een enkele moest hoofdzakelijk wegens onvoldoende kennis der simplicia en der geneeskrachtige planten worden afgewezen. Ook de verklaring van de bereidingen der inde pharmacopoea voorkomende chemicaliën en galenica liet bij eenigen te wenschen over, en was eene der redenen waarom enkele der candidaten niet slaagden. Van de twaalf candidaten, die het examen aflegden, werden vier afgewezen en acht toegelaten. De namen dergenen, aan wie eene acte van bevoegdheid is uitgereikt, nadat zij in handen van den voorzitter den bij de wet gevorderden eed (belofte) hadden afgelegd, zijn: Philip Wolterson, geb. te Elburg; Albertus Gerardus Hendrikus van Spanje, geb. te Utrecht; Gerrit Wieringa, geb. te Middelstum; Hermanus Lukas Albertus Offerhaüs, geb. te Hoorn op Texel; „

Sluiten