Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

des ministers tot het aanbrengen der wijziging zal betwisten. Art. 30 toch is reeds op zich zelf voor de bedoelde uitlegging vatbaar, maar juist daartegen heeft zich de rechter in hooger beroep verzet, en het behoort tot de mogelijkheden, dat hij de wijziging in het wetsartikel zelf, maar niet in eene ministeriëele resolutie

blijft verlangen, . : Evenwel, de poging der commissie, door den minister overgenomen, om aan een schromelijk misbruik een einde te maken, verdient alleszins gewaardeerd te worden. Gelegenheid voor de geneeskundige ambtenaren, om die wijziging in toepassing te brengen, is er te over. De analyse van vele geheime geneesmiddelen is reeds gemaakt, en daaruit bewezen, dat zij werkelijk de geneesmiddelen, die op de lijst voorkomen, in eene geringere hoeveelheid bevatten, dan aan onbevoegden veroorloofd is te verkoopen. Als eender sprekendste voorbeelden wijzen we op den verkoop der dusgenaamde //wormpatronen,” poeders, uit santonine en suiker bestaande, waarbij de santoninekristallen bij blootstelling aan het licht zich door hunne gele kleur openbaren. We vernemen, dat op de inspeoteurs-vergadering, die medio September te ’s Gravenhage zal gehouden worden, zal worden vastgesteld, hoe men de uitvoering van de wijziging der lijst zal bij de hand nemen. Bij het ontbreken eener definitie van het woord ~ geneesmiddel”4 inde wet, had naar onze bescheiden meening de ministeriëele resolutie moeten luiden: //dat de geneesmiddelen, op de Ijjst G aangewezen, noch afzonderlijk, noch vermengd met elkander of met andere zelfstandigheden, tot geneeskundig doel mogen worden verkocht in geringer hoeveelheid, dan op die lijst bij elk dier middelen is vermeld. Zooals het besluit thans daar ligt, zou het tot wonderbare consequenties kunnen leiden, omdat vele dier middelen in mengsels tot een geheel ander, technisch doel worden gebruikt en verkocht, en dit dus verboden zou zijn. Men denke bijv. slechts aan het algemeen technisch gebruik van phosphorus, chloras kalicus, aether, ammonia liquida en wat al niet meer in mengsels. We vestigen eindelijk nog de opmerkzaamheid op de wet, onlangs door de Koningin van Engeland bekrachtigd, betreffende de vervalsching van spijzen, dranken en geneesmiddelen. Voor het afleveren van ondeugdelijke geneesmiddelen door apothekers en apotheekhoudende geneeskundigen waken bij ons voldoende de geneeskundige wetten. Voor de vervalsching van spijzen en dranken en van geneesmiddelen, die inden groothandel in of boven de op de lijst aangewezen hoeveelheid mogen verkocht worden, ontbreken bij ons voldoende bepalingen, Art, 318 van het Wetboek van strafrecht spreekt enkel van vervalschte dranken, die schadelijke inmengsels voor de gezondheid bevatten, maar zoover ons bekend is, bestaan er geene bijzondere wettelijke voorzorgen tegen vervalschingen, die de waarde van spijzen, dranken of geneesmiddelen inden groothandel verminderen. VERZAMELING VAN VOORSCHRIFTEN TER BEREIDING ÉN ONDERZOEKING VAN GENEESMIDDELEN, NIET IN DEf PHARMACOPOEA NEERLANDICA EDITIO ALTERA j VOORKOMENDE. Het Eotterdamsche Departement van de Maatschappij ter bevordering der Pharmacie verdient lof en dank voor den ijver, dien het sedert jaren getoond heeft, ten einde de onder ons zoo gewenschte en noodzakelijke uniformiteit ook bij de bereiding van minder algemeen gebruikelijke geneesmiddelen te bevorderen. Zijn werk in 1861 onder den titel van ■//Compendium”, in 1865 als //Supplement” uitgegeven, beleefde na dien tijd nog eene uitgave, zoodat er niet aan te twijfelen valt of deze arbeid onder de vaderlandsehe Pharmaceuten welkom wassen bleef. Trouwens ’t kan niet anders. Een Pharmaoopoea, en onze Editio altera verdient dien lof, moet zoo beknopt mogelijk zijn en niet dan de algemeen bekende en gebruikelijke geneesmiddelen bevatten. ledere streek echter van ons vaderland kent zoo enkele geneesmiddelen, die daar sints tal van jaren in zwang zijn en slechts nu en

dan elders verlangd worden. Dan weder zijn hier en daar buitenlandsche voorschriften in gebruik genomen, waarover de meening onzer medici nog niet genoeg heeft beslist om inde lands-Pharmaoopoea eene plaatste verdienen en zoo is een zoodanige verzameling van voorschriften voor ons, Pharmaceuten, van groot gemak en onbetwistbaar nut. En dit geldt bovenal ten opzichte van de verschillende voorschriften ter bereiding van de zoogenaamde Galenica, waar de modus operandi het praeparaat geheel beheerscht en niet de minste afwijking van het voorschrift duldt. Deze immers vinden wij vaak in verschillende Pharmacopoeën met niet geringe wijziging opgenomen en wordt het moeielijk voor ons te weten welk voorschrift collega A of B gevolgd heeft. Bij zulk een en meer dergelijke bezwaren helpt de Eott. Commissie ons uitnemend goed len ’t kan derhalve niemand verwonderen, dat haar werk door velen op hoogen prijs geschat wordt. Na de invoering onzer nieuwe Pharmacopoea wenscht het Eott. Departement thans zijn arbeid wederom in handen te nemen, te herzien, te verbeteren en bovenal in overeenstemming te brengen met genoemden Codex. Het vraagt daarbij de medewerking van alle vaderlandsche Pharmaceuten en volgaarne neem ik het aanbod van den Eedacteur van dit blad aan om langs dezen weg een enkel woord mede te spreken in 'de quaestie, die men thans mag aannemen in publiek debat behandeld te worden en aller aandacht verdient. Ik heb er mede gewacht tot na de afdoening dezer zaak in het Departement Amsterdam, waartoe ik de eer heb te behooren en dat daartoe officieel was uitgenoodigd. inde eerste plaats dan zij het mij vergund op te merken, hoezeer ik zou wenschen dat het Eott. Dep. op zijn werk de sanctie van zijn Hoofdbestuur verkreeg. Ik doe dat in het belang van dien arbeid, dien ik gaarne een minder lokale kleur en den meest mogelijken invloed zag toegekend. De maatschappij ter bevordering der Pharmacie in ons vaderland vertegenwoordigt immers onze Corporatie, haar goedkeuring mag toch die vaneen aanzienlijk deel onzer Pharmaceuten genoemd worden en is van veel waarde om zulk een arbeid alom dien gewenschten invloed te verzekeren en door allen te doen aannemen en volgen. Inde tweede plaats wensch ik het werk zelf te bespreken en begin met den titel, dien de Eott. Commissie daarvoor uitkoos: //Supplement op de Pharmacopoea Neerlandica." Zie, dat is een naam, ter goeder trouw gekozen, maar waarvan het gebruik niet is te verdedigen. Een supplement op de Pharmacopoea acht ik overeen tiental jaren naast onze Editio altera als het werk eener Staats-Commissie waarschijnlijk, eer dan zulks naast onze Editio prima door enkelen mogelijk en wenschelijk werd geacht, maar ik geloof niet dat iemand, zonder wettelijke dispositie gemachtigd, er aan; denken kan een zoodanigeh titel te gebruiken en geef inernstige overweging of men daartoe weder zal övergaan. Men wil immers met dien naam niemand' inden waan brengen,, als zou het werk naast de Pharmacopoea hetzelfde recht van bestaan bezitten en daarom vraag ik, of een titel, ongeveer zooals ik boven dit geschrijf stelde, niet inderdaad uitdrukt, wat het boek is en wezen wil? Ik geloof het wel. Wat nu de lijst der op te nemen artikelen be;reft, zij is| lang, vermoeiend lang, zou ik haast zegden. Ik geef in overweging of het waarlijk noodig is, daarin zuiver chemische verbindingen op te nemen. Acetas calcicus, Acetas cupricus en tal van anderen, zijn immers praeparaten, die de Pharmaceut waarlijk wel weet te bereiden, zonder b. v. voor Acetas calcicus vooraf te lezen: nMen losse zuiveren carhonas calcicus in houtazijn op tot volkomen neutralisatie, filtrerende oplossing en dampe haar lij eene zachte warmte tot droog uit," zooals in het Supplement gedrukt staat. Zie, wij zijn nu in 1872 en daarmede moet immers gerekend worden. Daarenboven, ieder werk over Chemie, en welk Pharmaceut heeft er geen noemt minstens de eigenschappen dier chemische verbindingen op, en wijst daarmede den wreg ter bereiding van zelf aan. Ik beken ecliter, er zijn er eenige, wier opname wenschelijk

Sluiten