Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

PHABMACEIJTISCH WEEKBLAD

YOOR NEDERLAND. ONDER REDACTIE VAN R. J. OPWIJRDA, Apotheker te Nijmegen.

Dit Blad wordt eiken Zaterdag uitgegeven bij D. B. CENTEN te Amsterdam. Prijs per Jaargang, franco per post, /4.50. Prijs der Advertentiën: van I tot 6 regels ƒl.—, elke ; regel meer 15 ets., en 10 ets. voor een N°. van het Blad.

De stukken, welke men wenscht opgenomen te zien, worden ui terlijk Woensdagmorgen verwacht bij den Redacteur te Nijmegen; de advertentiën uiterlijk Vrijdag avond bij den Uitgever te Amsterdam.

S°. 4*.

ZONDAG 16 Februari 1873.

9e Jaargang.

Medcdeellngen. Ingezonden stukken.

Men maakt ons opmerkzaam op de vele zinstorende drukfouten, die voorkomen in het Verslag van het apothekers-examen, opgenomen in N0- 40. Tot opheldering dient, dat de tijd te kort was, om de proef aan den Eedacteur ter correctie op te zenden, en dat deze fouten toen uit de Staatscourant zijn overgenomen. Zij vereischen de volgende verbetering. Blz. 1 kol. 3 reg. 11 van boven staat: //Chinae-fusc” moet zijn; Chinae fusc. // u // // // 27 van boven staat: //amarae”, moet zijn: //amarar.” n n // // // 7 van beneden staat: //hydrargyrosium” en //vapore,” moet zijn: //hydrargyrosum” en //vaporis”. // n // // n 3 van beneden staat: //en geneesmiddelen” moet zijn: //in geneesmiddelen.” „ 2 // 1 // 1 van boven staat: //Toroleri” moet zijn: //Fowleri.” N n „ ,/ « 31 van boven staat: //abumen” moet zijn: //albumen.” Bij de pathologisch-chemische en hygiënische onderzoekingen komt aan het einde het woord //cysticercus” voor. Daar misschien sommige lezers niet bekend zijn met dit woord, voegen wij hierbij, dat men onder de diersoort Cysticercus blaaswormen verstaat, waarvan de Cysticercus cellulosae (die hier zeker bedoeld wordt) soms gevonden wordt in het spiervleesch en het spek van het varken. Uit deze cysticercus ontstaat de Taenia solium van den mensch. Zie J. van der Hoeven, Leerboek der Dierkunde ten dienste van het middelbaar onderwijs, 3de druk, bladz. 40, alwaar ook afbeeldingen van dezen blaasworm in natuurlijke grootte en vergroot gevonden worden. Yau eene andere zijde ontvangen wij met betrekking tot dit Verslag de vraag, in hoeverre Serie E (Pathologisch-chemische en hygiënische onderzoekingen) overeen te brengen is met de bepalingen van Wet 11, namelijk tot welk onderdeel a, b, c, d of ede genoemde serie behoort. Men wilde het nut van deze kennis voor den apotheker volstrekt niet betwisten, maar oppert bescheiden de bedenking, of eene examen-commissie met het stellen dezer vragen niet verder gaat dan de Wet. Ons antwoord hierop is, dat in zooverre de zaken vermeld onder E, behooren tot onderzoekingen op schade-

lijke stoffen, bijv. schadelijke kleurstoffen op weefsel of schadelijke bestanddeelen in ijzerglazuur, ze wel degelijk kunnen gebracht worden tot c. van art. 9 (onderscheiding en opsporing van vergiften). Ook de herkenning van spierweefsel op het bevatten van trichinen of cysticercus kan in dezelfde categorie vallen, dewijl er in het artikel in het algemeen gesproken wordt van vergiften, en trichinen en cysticercus wegens haar hoogst nadeeligen invloed op het dierlijk organisme tot de dierlijke vergiften zouden kunnen gerekend worden. Wat betreft de bepaling van druivensuiker in urine, de herkenning van albumen, ioodkalium of phosphaten in urine, van bloedvlekken op weefsel, we zijn het hier met onzen vraagsteller eens, dat voor een degelijk pathologisch-chemisch onderzoek in het artikel der wet geene aanwijzing bestaat, met andere woorden: dat een candidaat, die alleen hierin te kort schiet, wettelijk niet kan worden afgewezen. We achten het echter hoogst noodzakelijk, dat de apotheker met dezen aard van onderzoekingen in ruime mate vertrouwd is. Het maakt hem tot onmisbaren steun voor den medicus. Leveren de bepalingen der wet bezwaar op, om dit gedeelte te brengen bij het schei- en artsenijbereidkundig apothekers-examen, zich uitstrekkende over de vakken a, b, c, d en e van art. 9, dan zou het bij het hulp-apothekers-examen kunnen gerekend worden. Onder het begrip; //de scheikunde” behoort immers herkenning en bepaling van druivensuiker, albumine, ioodkalium, phosphaten enz. De commissiën voor het hulpapothekers-examen verlangen terecht bewijzen van de practische kennis der scheikunde en laten in het laboratorium onderscheidene analysen verrichten. Daartoe konden dus ook herkenningen en bepalingen behooreu, zoo als in het Verslag staan vermeld. Het onderzoek vaneen mengsel van tarwe-, aardappel- en zetmeel kan met het oog op onze Nd. 11, waarin o. a. Amylum Tritici is opgenomen, onder de rubriek b. (artsenijkennis) gebracht worden. ■ ___ i*_ Noeshorgh, 30 Januari 1873. Geachte heer redacteur, Gaarne deel ik u mede het resultaat mijner bevinding na het onderzoek van nitris aethylicus cum alcohole en andere alcoholaten met acidum sulphuricum purum concentratum. Het is mij gebleken, dat alleen een piaeparaat, uit gemethyleerd gestookt, met dat zuur in aanraking gebracht, eene donkerbruine kleur verkrijgt. Nitris aethylicus purus verandert er niet door, zelfs

Sluiten