is toegevoegd aan je favorieten.

Tijdschrift voor wetenschappelijke pharmacie, jrg 2, 1866, 1866

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

gesmolten. Tot meerder zekerheid werd het water aan de kook gebracht en de flesch gedurende zijne bekoeling gesloten gehouden. Vervolgens werd alles aan het diffuus licht bloot gesteld vanaf den 16 october 186é tot aan den 5 april daaraanvolgend ; ca verloop van dezen tijd , had de phosphorus niets van gijn doorschijnendheid verloren. 3. Dezelfde proef genomen in eene buis , welke na volkomen verwijdering van de daarin vervatte lucht toegesmolten 'werd, gaf hetzelfde resultaat, hetwelk reeds door Cagnard-Latour was waargenomen. 3. Stukjes van den zelfden phosphorus gedurende den zelfden tijd (16 october) in lucht bevattend gedestilleerd water geplaatst en zoodanig dat de lucht zich daarin vrijelijk kon vernieuwen, werden over hun geheele oppervlakte met witten phosphorus overdekt. 4. Zuivere phosphorus welke vooraf in eene buis gesmolten was , waardoor zij gedeeltelijk werd gevuld , werd wit op het punt waarop hij met het er boven staande water in aanraking was, terwijl hij van onder, waar hij aan de wanden der buis gehecht was en alzoo niet in contact kon zijn met lucht bevattend water doorschijnend was gebleven. Deze proeven werden op allerlei wijzen gevarieerd en nimmer zag de schrijver de phosphorus wit en dof worden, hetzij door langer aan den gestelden invloed onderworpen te blijven, hetzij onder den invloed van het van lucht bevrijde water. De vorming van den witten phosphorus kan dus niet worden toegeschreven noch aan de werking van het water, noch aan eene langzame kristallisatie, want deze vooronderstellingen worden omvergestoten door de bovenvermelde proeven- Dit hetgeen voorafgaat volgt alzoo, dat de witte phosphorus alleen ontstaat door den iangdurigen invloed van luchtbevattend matei. Deze stelling nu wordt bewezen door de volg. proevenl. Wanneer de phosphorus bewaard wordt in eene bepaalde hoeveelheid luchtbevattend water (bij voorbeeld eene flesch waarvan de hals door kwik is afgesloten), wordt hij daarin slechts zeer weinig wit, terwijl de korst van doffe phosphorus meer en meer dikker wordt in eene flesch;

148