Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Bereiding van fijne horlogiemakersolie.

De eigenschappen van eene goede olie ten dienste der horlogiemakers , zijnde volgende: 1) Zij moet bij de gewone temperatuur en zelfs bij o—B° koude vloeibaar zijn. 2) Er mag bij lang staan niet het geringste bezinksel gevormd worden. 3) Zij mag noch alcalische noch zure bestanddeelen bevatten en moet alzoo scheikundig indifferent zijn, zoodat zij de metaalverbindingen , waaruit de verschillende deelen van een uurwerk bestaan, niet aantast of osydere. 4) Zij mag geen slijm of vochtigheid bevatten. 5) Zij mag niet indrogen,, dik, taai of na verloop van korten tijd ransig worden, en ook niet te donker gekleurd zijn. 6) Zij mag bij 0" en daaronder bekoeld geen kristallyne of wratvormige kristallen afzetten of tot eene korrelige massa vast worden. De vast geworden olie moet slechts een homogeen magma vormen. 7) Zij moet op eene voldoende wijze aan het metaal blijven kleven. De amandelolie nu schijnt onder de vette niet drogende oliën een voldoend materiaal te leveren , maar zij is te dun en wordt gemakkelijk ransig, terwijl zij weinig aan het metaal hecht. Boven andere oliën is beste olijfolie en klauwvet gebleken, doch zij hebben het nadeel, dat zij bij geringe warmtegraden meer of minder korrelig vast worden; doch daar zij bestaan uiteen bij lage temperatuur vast wordend en uiteen vloeibaar blijvend gedeelte, zoo levert dit laatste eene voortreffelijke horlogiemakersolie op. Het komt er alzoo op aan dit vloeibaar gedeelte gemakkelijk af te zonderen , hetwelk op de volgende wijs geschiedt en voor beide genoemde oliën dezelfde is. Men moet daartoe de wintermaanden bezigen, dewijl men eene koude van 2—B° C, noodig heeft. Het komt daarbij aan op de keuze van de beste soort provincieolie, die aan al de daarvoor gestelde eischen voldoet.

278

Sluiten