is toegevoegd aan je favorieten.

Het Oosten; wekelijksch orgaan der Weesinrichting te Neerbosch, 1892, no 1119, 08-06-1892

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

N°. 1119.

WOENSDAUr 8 JUNI.

1892

llIrrhbLah armiib aan ClmMijltf

Ziet, Hij komt met de wolken, en alle oog zal Hem zien, ook Redacteur : J. YAN 'T LINDENHOUT. 1)0 armen hebt gijlieden altijd met u, maar Mij hebt gij niet

degenen, die Hem doorstoken hebben; en alle geslachten der ,... . p -r TTII "RfYRAT altijd.

aarde zullen over Hem rouw bedrijven; ja amen. UltCJGVBr' ' ' j Joh. 12 vs. 3.

Openb. 1 vs. 7. te nljskflen.

Dit blad verschijnt eiken Woensdag. Abonnnementsprijs per halfjaar ƒ1.50. Afzonderlijke nommers 10 Cent. Prijs der Advertentiën: van 1 — 10 regels f 1.—, elke regel meer 10 Cent. Advertentiën gelieve men franco te zenden aan den Uitgever te Nijmegen; Ingezonden Stukken aan de Redactie en Gelden aan den Administrateur A. J. Bloemendal te Neerbosch.

Evangelisatie in Theorie en Practijk.

door Dr. ARTHUR T. PIERSON.

Kracht in prediking-.

»En nu mijne Heeren," zoo sprak de eerste president van de Royal academie, toen bij zijne doorwrochte lezingen over de kunst sloot, »nu heb ik u slechts eenen enkelen naam te noemen: het is de naam van den onvergelijkelijkenMicHAëlANGELO "

Het hoofdgeheim van elke welslagende evangelisatie, in hare laatste ontlediDg, is de bestendige voorstelling van den vEênen en Eenigen Naam onder den hemel gegeven, door welken wij moeten zalig worden." Het woord zelf, »evangeliseeren," wijst het aan, dat alles in de eerste en de laatste plaats afhangt van de getrouwe prediking van Christus en dien gekruisigd. Daaraan moet elke methode en alle middel schatplichtig en ondergeschikt gemaakt worden. Maar niet altoos bezige men zijne woorden verstandig of verstaanbaar, en daar wij allen min of meer vertuid zijn van de oorspronkelijke zedelijke ligplaatsen, zoo kan het zijn nut hebben, de vraag te stellen: Wat wordt er eigenlijk bedoeld met: «Predik het Evangelie". Yele zoogenaamde prediking blijft achter uit een of andere oorzaak, om de lieden te bereiken, te treffen, te bewegen en voor een beter leven te vormen, of ze bezit, op zijn best genomen, geen bekeerende kracht. Paulus heeft ons zijn model van krachtvolle, krachtdadige prediking nagelaten, en eenigermate gewezen op hare stof, hare wijze en hare zending.

Haar hoofdonderwerp is: «Christus, de Gekruisigde". Het geneesmiddel Gods voor al de nooden en de ellende van den mensch is het Kruis. Het Evangelie prediken is: het Lam Gods op te heffen, opdat allen mogen zien en leven. Zelfs Johannes de DooDer was voldaan door enkel eene roe¬

pende stem te zijn, een vinger die wees: »Zie het lam van God."

De eigenlijke kern des Evangelies is een gebeurtenis, en wel deze: »Jezus droeg onze zonden." Aan dit feit sluiten zich op het innigst vier gevolgen aan: een dood ten leven, een brengen tot God, eene verlossing van zonde, een bevrijding van de wereld. Deze groote en waarlijk grootsche gebeurtenis is het hoofdonderwerp, de centraalwaarheid van alle getrouwe prediking, de staaf, rondom welke de wetenschap der eeuwige zaligheid kristalliseert. Het is niet genoeg Christus voor te stellen als een voorbeeld, als het model voor een hersteloe menschheid. Het herzamelings- of herstellingspunt en het uitgangspunt, 7,00 van de leer als van het leven is Het Kruis.

Het kruis is d3 gouden mijlsteen in het Forum der Eeuwen, waar alle wegen samenloopen: van alle zijden, uit alle hoeken moeten de zondaren, die zalig willen worden, komen tot het kruis. Yan het kruis af moeten alle heiligen, die zondaren zoeken tc redden, heengaan naar alle zijden, in alle wijken. En het is op onzen wegnaar het kruis, als boetvaardige zondaars, of op onzen weg van het kruis als getuigende heiligen, dat wij allen nood des menschen vervuld zien en elke levensvraag beantwoord vinden.

«Christus, de Gekruisigde" is geen eng

onderwerp. Als in den God-mensch, is alles wat in God is, in Hem, en ia alles wat menschelijk is, uitgenomen de zonde in Hem, En beiden vereenigende, brengt Hij al de wederkeerige betrekkingen en verhouding tusschen God en mensch terecht. Yan Zijne kribbe tot Zijn kruis, en van Zijn kruis tot Zijne kroon, wordt ons geheele lot vertegenwoordigd. Hij is de kracht en de wijsheid Gods, want Hij neemt onze machteloosheid en onwetendheid weg. De zonde van den mensch komt ten deele voort uit de onmacht zijner natuur en ten deele uit de vijandschap van het vleesch. Yandaar dat hare genezing niet kan worden gevonden óf in de macht of in de wijsheid van den mensch. Alle pogingen tot eigen hulp en eigen redding zijn dan ook altoos treurig en noodlottig afgeloopen, en zullen nimmer anders, nimmer beter worden. De twee groote natiën der oudheid hadden de bestemming om 's menschen zwakheid en zijne dwaasheid in helder licht te doen uitkomen. De Romeinsche beschaving stond voor wet en wapens; haar wachtwoord was: Macht. De beschaving der Grieken stond voor kunst en letteren; haar wachtwoord was: Wijsheid. Beide deze natiën kwamen om in haar eigen vuil, zij zelve trokken de gieren tot zich, terwijl zij zich als een begeerlijke prooi aan deze roofdieren deden kennen door den stank hunner ontbinding. Waarlijk Paulus behoefde zich niet te schamen om aan de Romeinen te prediken: Christus, de kracht Gods; evenmin als om de Grieken te verkondigen : Christus, de wijsheid Gods.

Zoo iemand een oordeel begeert te vellen over den arbeid der evangelisatie, zoo moet hjj getrouw zijn aan zijne eigene overtuiging; de plaats is heilig land, en

Hij die in het braambosch woont, vraagt

naar waarheid in het binnenste. Oprechtheid, redelijkheid en een goed geweten eischen, dat wij als onze diepe en weloverwogen overtuiging, die doorgedrongen is tot de innigste roerselen van ons hart, uitspreken, dat er geen merkbare vooruitgang in evangeliearbeid zal komen, zonder een meer nadruklelijke en uitslui¬

tende prediking van Christus den gekruisigde. Wat op menige plaats op den kansel van onzen tijd wordt verhandeld en de wijze waarop die onderwerpen vaak worden aangekondigd, jaagt ons menigmaal het schaamrood op het aangezicht.

Er worden preeken gegeven, die zeer goed zouden beantwoorden aan haar doel, indien zij moesten dienen om de christelijke prediking tot een bespotting te maken. Hoe vaak toch is het verband tusschen tekst en zoogenaamde sleerrede" geen ander, dan dat dezelfde mond ze beide doet hooren. Men zou even goed een aantal andere teksten hebben kunnen voorlezen, eer men de preek begon ; ja, het kon eigenlijk heel best zonder bijbeltekst gebeuren. De zwierige mantel van gekunstelde welsprekendheid moet den goddelijken eenvoud van het woord der ernstige liefde vervangen. Omdat de wezenlijke ernstontbreekt, heerscht de wezenljjke lichtzinnigheid en wordt de preekstoel de plaats voor gezelligen kout, indien ook al niet voor vermakelijke (?) hansworsten.

Een populaire en zelfs nuttige lezing is

niet altijd geschikt voor den kansel. Predi¬

ken is het ontvouwen, het openleggen van Schriftwaarheid, het ontwikkelen van een »Zoo zegt de Heere." Een getrouwe predi¬

ker denkt Gods gedachten Hem na. Door

het Woord te onderzoeken, en geestelijke dingen met geestelijke te vergelijken, vat hij de bedoeling Gods. Deze kiem plant hij in zijn hart, totdat zij door heilige , biddende overdenking ontspruit en groei verkrijgt. Het Woord, eerst uit God geboren, wordt aldus ook door den mensch gebaard; het wordt een deel van zijn overtuiging, van zijn zieleleven, dat zich gestalte vormt, in de rede, die hij uitspreekt. Wat hij uitdrukt is bij hem ingedeukt. De kracht van het eerste staat in verband met de diepte van het laatste, gelijk bij den boom de uitgebreidheid van de takken boven den grond evenredig is aan den omvang van de wortelen onder den grond.

De echte preek heeft een Goddelijke wording; zjj vangt aan in God. De Geest Gods zweeft over, beter gezegd: broedt op 's menschen geest, totdat de chaos van duistere begrippen en verwarde voorstelling geordend wordt en er gestalte gegeven is aan de zaken. God spreekt: »Er zij licht", en er is licht. Dan volgt de scheiding tusschen de hemelsche en de aardsche dingen, en, evenals de sterren aan een wolkenloozen hemel, verschijnen hemelsche heerlijkheden en wordt een firmament aanschouwd, dat schittert van stralengloed.

Elke prediking, die zulk een Genesis heeft, zal eindigen in een Openbaring van Jezus Christus, een Apocalypse van Jezus Christus, den gekruisigde en verheerlijkte, waardoor een mensch in staat gesteld wordt met zonderlinge macht en gezag te spreken tot de gemeente. Het woord van God, gedrenkt met de gedachte Gods, heeft wortelen geschoten benedenwaarts en draagt vruchten opwaarts. En dat niet in bloot verstandelijken wasdom, door takken te

geven van ontleedkundige bewijsvoering en bloemen van welsprekendheid. De hoorder gevoelt instinctmatig, dat de prediking, die wij nu bespreken, meer is dan een zuiver menschelijk gewrocht; dat zij is: een brandend braambosch in lichte laaie, van de geheimzinnige vlam , voor welke de voetzolen van de critiek eerbiedig ontbonden worden.

Zoo is het altoos geweest. De prediking, door God gebruikt om zielen te bekeeren verheft Christus, den Gekruisigde, en heeft het geheim van hare kracht daarin, dat zij de blikken van de schare op Hem alleen zoekt te richten. De Meester zelf heeft ons onze eerste en onze laatste les gegeven in de predikkunde: »En ik, zoo wanneer ik van de aarde zal verhoogd zijn, zal ze allen tot mij trekken " De prediker is een middelaar tusschen God en mensch, Zijn mondstuk, Zijn gezant. Hij moet het Woord hooren aan Zijns Zenders mond en dan dat Woord zoo juist mogelijk, precies zooals hij het van God hoort, overbrengen.

Dit is de wet van den ontwikkelingsgang van de leerrede.

Yóór alles moet die voorbereiding gevonden worden, welke schriftuurlijk en geestelijk is. Te leeren zijn werk gemakkelijk te doen, is een gevaar voor den prediker. Een gemakkelijkheid, een wel vlotten in de vormelijke samenstelling, in het »maken " van de preek, gevolgd dooi een aangename, vloeiende en schoone voordracht , worden niet zelden ten onrechte aangezien als spredikgaven". Homiletische bekwaamheid, kanselwelsprekendheid, moet dan de plaats innemen van een gemoed, een hart, een tong, die verteederd, verwarmd , bestierd wordt door dien Geest,

die de kracht, het leven, de ademtocht van het Woord is. Het verstandelijke en menschelijke drijft het Geestelijke en Goddelijke uit.

Zulk een prediking is natuurlijk machteloos om te redden en te heiligen , want geen stroom stijgt hooger dan zijn bron. Als de prediking bezield is van de kracht des Heeren, dan brengt zij Gods Waarheid over den ganschen mensch, totdat zij het verstand, het gevoel, de genegenheden, het geweten, den wil raakt; maar wij kunnen de waarheid niet tot anderen brengen, dan voor zooveel zij eerst onszelven heeft aangegrepen. Om uitwerking te doen, moet Gods Woord eerst den mensch achter zich, zoowel als voor zich hebben, en het moet gepredikt, voorgesteld worden , gesteund door eene volle, persoonlijke bevinding van den prediker, die daardoor uit zijn innerlijk leven een co-ordineerend, een gelijkloopend, een samenvallend getuigenis geeft.

Dit hebben wij genoemd: de ontwikkelingsgang van de leerrede. Elke preek moet haar stof, en alle elementen, haar geheele handeling ontleenen aan wat het Woord en de Geest leeren. Als dit gevonden wordt, maar ook dan alleen, kan er sprake zijn van voorbereiding voor zulke prediking, die de kracht Gods in zich draagt. Aan deze ontwikkelingswet voegen wij de wet van den duur of van het einde. Er is een zeker einde, een grens, die niet mag uit het oog verloren worden. Een Sermoen of leerrede is een Sermo , een spreken met een bepaald doel, n. 1.: de gewenschte uitwerking van het gesprokene op de overtuiging, de genegenheden, het besluit van den hoorder. Gelijk de wet der ontwikkeling het uitgangspunt aangeeft, zoo wijst de wet van den duur den eindpaal aan

van de gewijde rede. Er moet zijn eert

terminus ad quem zoowel als een terminus-, a quo.

1 irie bestanddeelen heeft de preek, van welke elk het voornaamste element wezen kan, de tekst, het onderwerp en het doel. Indien de tekst het hoofdelement is , da» geeft de preek een verklaring of exegese;, is het het önderwerp, dan geeft de prediker een verhandeling of betoog ; indien het beoogde doel bestendig in het oog wordt gehouden en dit de ordening der deelen, alsmede de uiteenzetting en de leerrede zelve beheerscht, dan hebben wij een eigenlijke preek.

De eerste zaak die, bij het ontwerpen van een preek, dient vastgesteld te worden is daarom; het doel, de begeerde uitslag of uitwerking; is dit bepaald, dan kunnen wy gaan uitzien naar bet geschikte onderwerp, de meest passende stof om ons doel te bereiken, en den besten tekst om het onderwerp voor te stellen en te ontwikkelen. Ook andere methoden kunnen worden toegepast, gelijk dan ook werkelijk met wel wat goed gevolg, maar niet met den besten uitslag geschiedt. Indien de prediker begint met een onderwerp, 't welk hij wenscbt te behandelen, dan loopt hij gevaar den tekst in overeenstemming te brengen met het onderwerp, in stede van het onderwerp te schoeien op de leest van den tekst. In sommige dier gevallen ligt de opvatting, het leidende denkbeeld, d. i. de kiem van de prediking, het zaad waaruit de preek ontspruit, in het brein van den prediker, en niet in de meening des Geestes, niet in het harte Gods; en dan wordt de aanwending van het Woord niet zelden zoo