is toegevoegd aan je favorieten.

Het Oosten; wekelijksch orgaan der Weesinrichting te Neerbosch, 1905, no 1819, 08-11-1905

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Kroniek der Weesinrichting.

Als u dit schrijven in handen krijgt, maken wij ons op naar Steenwijk, waar wij Woensdag 's avonds te 8 uren in de Kleine Kerk een Neerboschavond hopen te houden. Ik zeg hopen, want wij menschen maken wel onze plannen maar ze moeten in het Kabinet van de Hoogste Macht goedkeuring vinden of toelating, en anders gaan ze niet door of brengen teleurstelling en schade. Natuurlijk vragen wij vóór zoo'n tocht aan elkaar: en hoe zou deze afloopen? om dan samen uit te trekken, vragend naar Gods zegen. Maar wij moeten toch doen wat de hand vindt om te doen. Als de zangers niet geregeld repeteeren, de muzikanten zich niet duchtig oefenen, en onze vrienden op de verschillende plaatsen niet druk in de weer zijn om bekendheid te geven aan de samenkomst, dan komt er de klad in. Kondigen wij ergens een Neerboschavond aan, dan moet ieder z'n best doen om zoo goed mogelijk te spreken, te zingen, te spelen, in één woord alles goed te laten marcheeren.

Nu, ik ben er van verzekerd dat wij allen, dit bedoelende, deze week zijn ingegaan, en dat wij u dan ook in het volgende nummer een boodschapper van goede tijding zullen zijn.

En nu wat anders.

Iets over verleden week.

Van drie dingen wil ik u vertellen:

van een blijden avond, van een donkeren

morgen en van een goeden dag.

Op den 31sten October zijn we 's avonds te acht uren in onze Kapel samengekomen om als erfgenamen der gezegende

Reformatie voor ons voorrecht, dat we als zoodanig bezitten, Gode te danken

en elkaar met ernst toe te roepen, ge bruikt het, misbruikt het niet, maar hand

haaft het met alle kracht. Onze tekst voor dezen avond: Bewaar het goede pand dat

u toebetromvd is (2 Tim. 1 : 14a) gaf daar genoegzame aanleiding toe. Het was een

echte avond. Bil den aanvang onzer gods¬

dienstoefening speelde het orgel begeleid

door de koperen instrumenten onzer blazers, Luthers psalmlied en dat klonk prachtig-machtig. Wij waren bepaald allen onder den indruk. Toen hebben wij samen gezongen van Een vaste burcht is ontse God, begeleid door het koper met ons orgel, het Zangkoor liet zich een paar keer hooren, en ongetwijfeld waren er ten slotte wel twee of drie die samenstemden in de bede dat het Evangelie, hetgeen wij Protestantsche christenen bezitten, zuiver uit de bron en vrij in de belijdenis ook in ons midden voor velen een kracht Gods tot behoudenis zal zijn.

Een donkere morgen was het echter 1.1. Vrijdag. Het tweetal dat nog overgebleven was, van de vier die herhaalde malen toonden dat zij hun handen niet thuis konden en wilden houden, werd weggejaagd. Dat zal niet vreemd klinken in de ooren onzer bestuurders, want zij wisten wel dat er niets meer bij kon, wijl de maat hunner ongerechtigheid vol was— nu hadden zij echter twee paar nieuwe schoenen gestolen van den baas der schoenmakerij en liep de maat over. Pas was de band van hun arm, en hoopten wij op langzame beterschap ... en daar gaan ze inbreken en het gestolene verkoopen aan een paar aardappelrooiers: nieuwe schoenen voor f 1 en ƒ 0.75. Het is treurig, maar wij konden niet anders handelen. Twee jaren lang kwam het viertal, dat nu weggezonden is, gedurig bij mij en den laatsten tijd toonden zij dat ze voor niets meer stonden. Waren ze hier slechts met z'n vieren, dan hadden wij ze gaarne onder ons oog gehouden, maar nu moesten we handelen als een tuinman of als de zee. Gene zaagt, om den geheelen boomstam te redden, den verrotten tak er af, en deze spoelt een dood lichaam aan den oever. God zegene deze jongens en wat zou het ons verblijden ze stuk voor stuk later nog eens te ontmoeten als dezulken die zeggen: mij den grootsten der zondaren, is barmhartigheid geschied.

En nu nog wat over den derden dag. Toen hadden we heel andere ervaringen. Vier onzer meisjes, die wij den vorigen avond in ons Bethel hadden toegesproken, kwamen met mijne vrouw in mijn studeerkamer. Samen hebben we geknield en den Heer gedankt dat Hij ze tot dusver zoo

zorgzaam had geleid, om ze dan voor de toekomst opnieuw aan den Vader der

Weezen toe te vertrouwen. Er was er één bij, die hier veertien jaren had vertoefd,

geen wonder dat zi niet makkelijk Neer

bosch den rug kon toekeeren. En toch

moest het nu gebeuren. Hartelijk namen

ze afscheid, toen bracht mijne vrouw ze

een eind weg — naar de witte palen — en gingen ze heen. Nog eens omgekeken,

nog eens en wie zal ons zeggen wat

ze dachten nu de wereld der onbekend¬

heid voor hen lag? Beste kinderen, gij

leest dit, zittende in uw keuken, verre, zeer verre (één ging er naar Terschelling) van Neerbosch in Gelderland, waarvan ge

zoo menigmaal gezongen hebt. Ge krijgt de tranen in uw oogen, als Het Oosten

komt. Ik weet het dat gil dit Oosten be¬

waart, maar bewaart ook het goede pand dat u hier is toebetrouwd. Gij zijt opgevoed met den Bijbel en hebt hier gezien

en ervaren de beteekenis en kracht van \ een Godegewijd leven. Gij hebt gedaan < uw belijdenis en gezeten aan de Avond- f maalstafel, want gij zijt hier ook gekomen < tot de kennis van 's Heilands groote zon- daarsliefde. Bewaart dat. Gij kunt, als gij ' nog niet tot persoonlijke aanraking met den Zaligmaker gekomen zijt, afdwalen, 1 ver, zeer ver zelfs.... maar waar gij ook toe komt en hoe ver ge komt in de duisternis van zonde en ellende overal en altijd zult gij u dan toch diep ongelukkig gevoelen, want op Neerbosch heeft God in Zijn genade zich zoolang en zooveel met u bemoeid, dat gij die indrukken nimmer meer geheel kunt kwijt raken. En behoort uw hart reeds wezenlijk den Heer, ja, dan kunt ge ook het spoor van den weg, die naar Boven leidt, zelfs langen tijd verliezen, verlaten, maar op Neerbosch hebt ge immers leeren smeeken:

„Heer, mijn God, ik ben aan 't dwalen, en 't wederhalen

hangt al aan uw goedheid, Heer!

Want mijn hart heeft mij verlaten, bóven maten!

ai, trek mij, dat ik wederkeer!

Opdat ik voor eeuwig zingen mag, het dwingen van Jehovah's rechterhand,

Die mijn dwalend hart gevonden en gebonden

heeft met onverbreekbren band.

Dat mijn Zon, mijn Schild, mijn Sterke, mij bewerke,

Gij, die in een oogenblik al het duistre doet verdwijnen, kom verschijnen,

Jezus, kom toch haastiglijk".

Het ga jelui zeer goed!

Zoo'n morgen, u voelt het, is weêr van heel anderen aard, dan de beide andere. Onze meisjes kunnen hier alles leeren, om flink te dienen en ferme jonge dochters te kunnen heeten. Het spreekt vanzelf, dat ze eerst vreemd staan te kijken in hun dienst en veel aantreffen wat ze te voren schier niet gezien hebben. Veel krijgen ze ook onder handen, dat hier niet voorkwam, doch zij konden de handeling van den huishoudelijken arbeid leeren, en tot het inzicht komen dat vlugheid en zinde- ] lijkheid een paar onontbeerlijke eigenschappen zijn voor een flinke dienstbode. Stoppen, naaien en verstellen hebben ze allen geleerd, en mocht het nu blijken van sommigen, die van hier vertrokken zijn, dat ze slordig zijn op hun goed, de gaten in de kousen dicht naaien in plaats van te stoppen, en bij het verstellen wel een stukje op maar niet in het goed zetten, dan mag er nooit gezegd worden, dat Neerbosch daar de schuld van heeft. Om kort te gaan, er is iets weemoedigs in, onze kinderen te zien heengaan, maar er is ook veel heerlijks in de gedachte al weêr eenige jonge menschen wèl toegerust de maatschappij in te laten gaan.

De loting voor de Nationale Militie riep geen onzer jongens dit jaar naar Nijmegen. Er waren echter wel jonge mannen, i onder degenen die reeds vertrokken, waarvan we de tijding kregen dat ze er uit : geloot waren. Eigenaardig, maar toch goed i gezegd. Ik mocht dezer dagen ook weer ; het genoegen smaken eenj onzer jongens, : die onder de^ wapenen is, vijftig sigaren ; te zenden, omdat hij korporaal was geï worden. Hij wilde nu nog zien sergeant . te worden. Dat mag ik. Daar spreekt . ambitie uit, want wie altijd op zijn stroo-

rijke inrichting voor onderwijs. Zoo gaat het hier dus precies als in een klein huisgezin. De een beijvert zich om vooruit te komen en is blij als hij moeder en vader verblijdt door zijn gedrag en zijn vorderingen, terwijl de ander altijd ontevreden mokt en ondertusschen groot wordt om ten slotte niets te kunnen, niets te zijn, en z'n ouders gedurig de zorgvolle klacht op de lippen te leggen : wat moet daar nog eens van terecht komen!

Daarmee ben ik echter over den eersten November nog niet uitverteld. Wij hadden aan den avond van dien dag acht huisgenooten meer. Uit Sneek kwam Teake Jansen, uit Dedgum kwamen Gerrit en Sije Dijkstra, uit Amsterdam bracht men ons Nicolaas en Willem Caro, en uit Nijmegen Jacobus Hendrikus, Jan Gerrit en Henri Jacobus van Haperen.

Het zou mij niet moeilijk vallen u bij deze opsomming een paar roerende geschiedenissen te vertellen, maar laat ik u liever wijzen op ons grooter wordend gezin en u herinneren aan onze vele nooden en behoeften.

Dat er niet weinigen zijn die met ons blijven zorgen voor de vele weezen en veriatenen, hier opgenomen, blijkt zeer duidelijk uit de gaven in geld en goed, die ons dezer dagen bereikten. En wat een liefde spreekt er uit die gezonden goederen, uit die kouseninzameling. Hoevele handen zijn er bezig geweest om ze te vervaardigen en hoevele goede wenschen zijn onder het breien geuit voor de kinderen, die ze dragen zullen. En hetzelfde geldt van de gaven in geld. Hier is er een van een weezenvriendin, die iederen avond als er meer dan één dubbeltje overschiet van het keukenboekje, het tweede voor de weezen bestemt en zoodoende komt er uit dat spaarpotje, aan het einde van dit jaar een aardig duitje. Daar staat de opbrengst van een jaarlijksche collecte in de Zendingskapel te Doetinchem. Als het bedrag van al die jaren, waarin dit gebeurd is, eens bij elkaar opgeteld werd, wat zou dat een som zijn! En dan zie ik hierbij een gave van een oud-wees, die haar fooi op een feestavondje teruggaf en zei: dit is voor de weezenbus! Maar ik zie nog veel meer en daarom bedank ik u allen zeer, die voortgaat ons te steunen.

zak ligt, in de cantine hangt of op de

straat flaneert en er een sterk geïllustreerd zakboekje op nahoudt, brengt het in den dienst zoover niet. Och ja, er zijn enkele

jongelui, die nooit op Neerbosch weer zullen komen, maar er zijn er ook velen, zeer velen, die onze Stichting eer aan

doen. En moet het, dunkt mij, hen zwaar vallen die hier niet meer durven komen omdat ze het goede pand hebben weggegooid, vertrapt, wij hoorden het

met dankbare trots dat dezer dagen een onzer oudweezen benoemd was tot leeraar

in de wiskunde aan een niet onbelang-

Dan, thans is het genoeg. Het is heden geen mooie lucht, met schitterende strepen morgenrood, straks overgaande in zacht rose.... doch al zien wij nu in de natuur niets van de kleur der liefde, het kan best zijn dat wij aanstaande week op onze reis een heerlijke ervaring krijgen van de daden der liefde.

Wij bevelen het Weezendorp daarom zeer in uwe voorbede aan.

S.

Binnenland,

— Aan het Verslag van de 62ste Algemeene Vergadering der Protestantsche Vereeniging Christelijk hulpbetoon, gehouden te Hilversum op 22 Juni 1905 onder presidium van Ds. C. F. Gronemeyer, pred. te Amsterdam is het volgende ontleend. De openingsrede werd gehouden door Ds. I1. J. Krop van Zwolle.

Een nieuwe sectie werd opgericht te Katwijk, terwijl daarentegen twee sectiën, n.1. die te Hillegom en te Koevorden ophielden te bestaan.

De beide grootste departementen zijn 's Gravenhage en Nijmegen resp. met 258 en 248 leden, Niet minder dan 65 aanvragen om steun werden behandeld. Voorschotten werden verleend tot een gezamenlijk bedrag van f 12690. Aan 20 Protestantsche scholen en bewaarscholen in Roomsche omgeving werd een subsidie verleend tot een totaal bedrag van f1125. Van de Obligatie leening a f 25000 zijn geplaatst 94 obligaties, onderscheidenlijk van f250, f 100 en f50 tot een gezamenlijk bedrag van f16850. De Commissie tot onderzoek van het financieel beheer bracht bij monde van Ds. F. J. J. Loeff te Breda verslag uit en op haar voorstel keurde de Verg. de rekening en verantwoording van den Penningmeester goed. Prof. Van Veen sloot de Vergadering met dankzegging/

Het Hoofdbestuur der Ver. bestaat thans uit de heeren: Ds. H. van de Hagt, Dr. A. Rutgers van der Loeff (Secretaris), Prof. Dr. S. D. van Veen, R. A. van Heusden, L. J. Hnber, l)s. F. J. Krop, Mr. S. Gratama Hzn., Mr. W. H. F. Baron van der Borcli (Vice President), A. J. de Groot (Thesaurier). Ds. P. A. H. van Rossere, Ds. C. F. Gronemeijer (President), R. Rijksen en Ds. A. J. Adriani.

— Ds. A. E. Schmidt thans predikant der Broedergemeente te Haarlem en agent van de Zending der Broedergemeente, die van 1871 tot 1904 Zendeling was in Zuid-Afrika, stelt zich, naar den wensch van het hoofdbestuur van de Zending der Broedergemeente, beschikbaar om gedurende den a.s. winter spreekbeurten te vervullen ten einde de Nederlandsche Christenen bekend te maken met het uitgebreide Zendingswerk

der Broedergemeente, vooral ook om belangstelling

te wekken voor het groote werk in onze kolonie Suriname. Op dringend verzoek van Nederlandsche Christenen heeft de Broedergemeente den arbeid aanvaard onder de Javanen, die naar onze Wesj. zijn geëmigreerd.

De uitgebreide betrekkingen der Broedergemeente traden bij de dekking van het tekort van de vorige jaarrekening van haar Zendings departement duidelijk in het oog. Het Hernhutter Zendingsblad heeft een overzicht openbaar gemaakt der voor het tekort ingekomen giften. De schuld bedroeg ruim 223.000 mark; tot delging werd ontvangen: uit Duitschland 83.000, Engeland 44.000, Nederland 32.000 Zwitserland 23.000. uit Rusland, de Noorsche rijken, Oostenrijk en Frankrijk belangrijk kleinere bijdragen. Uit de Noordelijke provincie van het Amerikaansche zendingsgebied kwam bijna 21.000 mark, uit het Zuidelijke Zendingsgebied ruim 5000 mark. Ook de verschillende landen, waar de Hernhutters arbeiden, en waar de gemeenten natuurlijk nog weinig zijn, hebben het hunne gedaan. Eenige dier zendingsvelden (Moskitokust, Zuid-Afrika (West), Oostelijk West-Indië) staan met ruim 2000 mark op de lijst maar ook de andere droegen naar vermogen bij. Naast

Labrador, Jamaica, Suriname, Zuid-Afrika (Oost), Himalaya en Alaska, komen ook nog voor de nieuwe nederzettingen aan het Nyansa-meer en Unyamweri (Duitsch Afrika).

— De Hope Israëls No. 11 bevat het volgende programma voor de Algemeene Vergadering der Nederlandsche Vereeniging voor Israël te houden in de Schotsche Zendingskerk te Amsterdam op 20 en 21 November a. s. Maandag 20 November, 's avonds te 8 uur. Bidstond voor Israël. Voorganger: A. van Os. Dinsdag 21 November, 's Voormiddags te 11 uur: Vergadering met Afgevaardigden en Leden. 1. Opening door den Voorzitter. 2. Verslag van den Secretaris. 3. Verslag van den Penningmeester. 4. Verkiezing van tweo leden voor het Hoofdbestuur. Pauze van 12 Va tot 2 uur. 's Namiddags te 2 uur: 5. Mededeelingen van de Zendelingen. 6. Mededeelingen van de Afgevaardigden.

— De Nederlandsche Protestantenbond, die te Bussum zijn jaarvergadering hield, telt thans

18.785 leden tegen I8.1YU net vorig jaar. in¬

kwamen 6 nieuwe afdeeungen bij, waaronder

Batavia.

— In de mededeelingen van het Maandbericht van het Ned. Zendeling genootschap komt o. a. voor:

wMet groot leedwezen deelen wij mede, dat aan Br. A. J. Duymaer van Twist, onzen Zendeling-arts te Modjo-Warno, op zijn verzoek, tegen 1 Mei 1906, eervol ontslag is verleend. Hij hoopt, dat tegen dien tijd, naast Zr. Pijsel, die thans de vrouwen- en kinderafdeeling waarneemt, een plaatsvervanger zal gevonden zijn. Br. Duymaer van Twist geeft het uitzicht tijdelijk te willen aanblijven, als wij op den gestolden datum in de vacature nog niet hebben kunnen voorzien.

De inkomsten bedroegen f 1575.18, met vorige opgaven over dit jaar f 59769.971/a- Voor 1905 blijft nog noodig f45783.

— Het November nummer van het Orgaan der Ned. Zendingsvereeniging te Rotterdam bevat een verslag van do algemeene najaarsvergadering op 4 Oct. jl.

«Bij de stemming voor drie leden in het hoofdbestuur werden de brs. J. Hartman en ds. H. J. Rooseboom met algemeene stemmen herkozen, welke herbenoeming door hen bereidwillig werd aanvaard. In de plaats van br. J. M. A. Bicker Caarten, die zich om gezondheidsredenen niet herkiesbaar kon stellen, werd, eveneens met algemeene stemmen, gekozen Jhr. mr. O. G. A. van Asch van Wijck, die deze benoeming aannam.

Als commissie tot hot nazien der rekening over 1905 werden benoemd de brs. W. Schrevel, Jan Heijink en J. H. liarmeijer.

De ontvangsten bedroegen sedert de laatste opgaaf f47 82.4 5 Va.

Het tekort over 1904 bleef nog f677.82.

Buitenland.

RUSLAND.

Ofschoon de berichten over den toestand in

liet Russische rijk tamelijk verward zijn en

elkander vaak tegenspreKen is net zeKer dat op vele plaatsen, vooral in het Zuiden, bloedige tooneelen worden afgespeeld en het gepeupel een schrikbewind uitoefent waarbij natuurlijk de Joden meestal het gelag moeten betalen.

Ook is het duidelijk dat er achter de schermen een strijd woedt tusschen twee partijen waarvan graaf Witte en generaal Trepoff kunnen geacht worden de vertegenwoordigers te zijn. Zelfs wordt bericht dat de onlusten voor een groot deel zijn ontstaan op aanhitsen van de conservatieve grootvorsten-partij, die daardoor wil laten uitkomen dat de tegemoetkoming dooiden Czaar betoond, toen lüj de instelling van

een volksvertegenwoordiging^ goedkeurde, slechts tot meer ontevredenheid leidde, Of Witte zich zal kunnen handhaven en slagen zal in zijne pogingen om gewenschte hervormingen tot stand te brengen is nog zeer de vraag. Ook is het nog zeer twijfelachtig gelijk of, sommigen beweren, de stakingen heden, Maandag, grootendeels zullen worden opgeheven en ook op de spoorwegen de arbeid zal worden hervat.

In Finland en Polen tracht men van de tegenwoordige toestanden gebruik te maken om zoo mogelijk de onafhankelijkheid te verkrijgen. Finland heeft zich feitelijk reeds van het Russische rijk afgescheiden en ook in Polen spreekt men reeds van een nationaal comité dat de regeering in lianden zal nemen.