is toegevoegd aan je favorieten.

Het Oosten; wekelijksch orgaan der Weesinrichting te Neerbosch, 1912, no 2140, 01-01-1912

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

schap zullen afleggen van hetgeen wij voor deze weezen en veriatenen gedaan hebben. Op de knieën! laat dat uw parool zijn, iederen dag en heel het jaar.

Wij brengen hierbij ook een groet aan de oud-weezen die Het Oosten lezen en gaarne iets hooren van hun vroeger Tehuis. Het moge u goed gaan, dit jaar, goed inwendig en uitwendig, goed met uw huis en goed met uw werk, goed op maatschappelijk en geestelijk gebied. Denkt iederen dag aan Neerbosch, al is het maar even en buigt ge uw knie voor den God uws heils, vergeet het oord niet, waar gij bekend zijt gemaakt met den weg der behoudenis. Het ga u wél!

En zullen we hier herhalen, wat we op den lsten dag des jaars tot onze kinderen hebben gezegd? Dit alleen maar: God geve u, kinderen, een jaar van reine vreugde, grooten vrede en veel kracht. Dat zijn zegeningen van de grootste beteekenis. Wij bezitten ze van nature niet. Wij hebben ze ook niet voor het uitdeelen, maar Hij in wiens genadehanden ze zijn, wil ze geven aan een iegelijk, die er Hem om vraagt. ..., Dus de gebedsweg is de veiligste in 1912, ook voor jonge levens.

En hiermee zijn we gekomen tot u, breede rij van weezenvrienden. Dat wij zeer veel voor u voelen, behoef ik niet te verzekeren, u weet dat, u begrijpt het. Gij zijt de instrumenten, die God gebruikt om ons te bemoedigen, te versterken staande te houden in den dag der beproeving. Uw verrassingen stalen onze kracht. Uwe gebeden vervullen ons met geestdrift, uwe medewerking op allerlei gebied doet ons telkens geloovig herhalen: De Heer weet waar wij wonen.

En zoo komen wij van zelf weer waar we komen moeten in iedere kroniek: u wilt iets hooren van den uit- en ingang des jaars op Neerbosch. Laat ons dan beginnen nog even bij den Kerstboom te gaan kijken. Zooals we u meldden was die in de kerk opgericht en zaten we daar op den eersten Kerstdag met heel Neerbosch omheen. Dat der kinderen oogen glinsterden, meer nog dan anders, kunt u begrijpen, en wij verzekeren u dat zij ook lief gezongen hebben. Het was zeer vol in de kerk. Iedereen wilde er bij zijn en mee Kerstliederen zingen. Ook uit onze omgeving waren velen aanwezig. Ik herinner me niet dat er één jaar te voren zoovelen waren. Daarbij de jongens, oud-weezen, die hier logeerden met de feestdagen .... het was ~"n avond van veel genieten, waar zegeningen op volgden.

Luister maar. Woensdagmorgen, reeds vroeg, hoorden we dat de toestand van Errisje, een meisje dat hier 16 weken geleden kwam en al 17 dagen in het ziekenhuis lag, op eens zeer verergerd was. We hadden haar Zondagavond nog ontmoet en niet gedacht dat het zoo'n vaart zou loopen. Ze voelde het echter zelve heel goed, want, zeide ze Dinsdag al, dat ze niet beter zou worden, maar nog niet bereid was om te sterven, Woensdagmorgen vertelde ze aan de zuster, dat ze thans bereid was en spoedig heenging. Ze vroeg om haar zuster te zien ...., die kwam

en Errisje Blankenstein, geboren 5 September 1898 te Maartensdijk, is Woensdagavond te kwart over tienen in den Heer ontslapen. Een zeer merkwaardig sterfgeval. Zoo rustig, ;"zoo welverzekerd, zoo verlangend om ontbonden en met den Heer te zijn, als slechts zelden voorkomt. Althans, zelden in dezen zin, dat jonge menschen zich gewoonlijk zoo niet uitlaten. Ze liet op den dag nog een meisje van haar zaal (Julianazaal) bij zich komen, liet alle meisjes groeten en zeggen dat zij naar Jezus ging. Lief was zij. Toen mijne vrouw en ik Woensdagavond om kwart over negenen nog even bij haar waren, was ze frisch, voor zooverre dat kon, geheel bij en .... wachtende. Om tien uren zegt ze tegen die bij haar waakte: kom nu maar bij me zitten, want ik ga sterven, en daarna is zij heengegaan naar het Land waar geen weezen zijn. Ook een Kerstzegen.

Een andere Kerstzegen. Woensdagmiddag krijg ik het verzoek om bij iemand te komen, die de Financieele Commissie wil spreken. Ik ga naar de spreekkamer,

daar we begrepen, dat het wel goed zou

zijn als ondergeteekende de zaak waarnam. Een onbekende .... en toch geen vreem¬

deling op het weezendorp. Hij was bekend

met de Stichting, deze heer. Droeg ons

een goed hart toe, dat bemerkten we. Hij

bracht f500. Zoo wilde zijn Moeder, die

overleden was, en zoo deed hij, haar Zoon We waren zeer onder den indruk, en wer¬

den dus daags na het Kerstfeest verblijd door den dood en het leven. Merkwaardige ervaringen: Voortgaan, voortgaan,

hooren wij ons op allerlei wijzen toeroepen

Brengen wij hier openlijk eerbiedige hulde aan de nagedachtenis van deze milde Vrouwe, die ons door haar zoon zoo bijzonder liet verrassen, wij roepen ook nog aan den bezoeker onzen welgemeenden dank toe voor de moeite, die hij zich gegeven heeft om de gift zelf te brengen. Zóó hebben meerderen gedaan tegen het einde des jaars. Wij ontvingen persoonlijk gaven van dankbare oud-weezen, rijk gezegende buren, goedgestemde patienten en blijgestemde ouders.

Niet te vergeten ook de vele postwissels, die gaven van elders en collecten in kerk of bij zondagsschoolfeest en op vereenigingen aanvoerden. De chocolade met toebehooren, die ook dit jaar weer kwam uit Nijmegen, onze buurtschap die ons zoo dikwijls verrast en toont met ons mee te leven, zal zich zeker zeer laten gebruiken. De goederen, die na Kerstmis kwamen, waren evenzeer welkom. U allen, vriendelijke gevers, veel dank.

Zaterdagmorgen te 11 uur hadden we begrafenis en kwamen saam in de kerkzaal van ons ziekenhuis. Een droeve begrafenis ... ? Neen. We weten dat Errisje is heengegaan in de groote blijdschap des geloofs, die volgt op de groote vreeze des doods, als we ons met lichaam en ziel overgeven aan den Heere Jezus Christus. De familie was natuurlijk bedroefd en de kleine broer hier, met de grootere zusters van elders, voelden zich beproefd ... al weer een schakel weg uit de keten en wie nu, vroegen zij. Wij hadden het meiske ook gaarne behouden om haar hier te zien wandelen in het geloof, dat haar in korten tijd zoo bijzonder lief maakte. Dan, waar dit niet kon, zijn we toch zeer versterkt in onze overtuiging dat het evangelie een lcracht Gods is tot zaligheid een iegelyh die gelooft: de oude zondaar is niet uitgesloten en voor den jongsten wees staan de Heilandsarmen open. Soli Deo Gloria! We hebben met de meisjes van haar afdeeling en de Ziekenhuizers die tegenwoordig waren tweemalen gezongen. U moet n.1. weten dat Errisje, nadat ze aan Zuster vertelde dat zij thans bereid was om te sterven, vroeg om met haar te zingen. Zoo goed en kwaad als dat ging, met een brok in de keel, jubelden zuster en de andere meisjes:

Jezus! uw verzoenend sterven

Blijft het rustpunt van ons hart.

Als wij alles, alles derven,

Blijft uir llefcl' ons bij in smart. Och! wanneer mijn oog eens breekt, 't Angstig doodzweet van mij leekt, Dat uw bloed mijn hoop clan wekke, En mijn schuld voor God bedekke.

Dat was best, maar Errisje wilde dat nu ook gezongen werd:

God heb ik lief; want die getrouwe Heer Hosrt mijne stem, mijn smeekingen, mijn klagen. Hij neigt zijn oor; 'k roep tot Hem al mijn dagen.

Hij schenkt mij hulp, Hij redt mij keer op keer_

Prachtig nietwaar En wat juist gekozen. Toen naar het kerkhof, waar we samen God dankten voor Zijn groote genade aan dit kleine meisje bewezen en

Hem om troost gevraagd voor alle be¬

droefden en beproefden. En s middags werden in de vestibule van datzelfde Bethesda, waar onze lieve Errisje 's morgens uitgedragen was, wuivende palmen en heerlijk groen met bloemen neergezet. Waarom?

Op Zondag rusten wij, zooveel dat mo¬

gelijk is. Er staat geschreven: Zes dagen

zult gij arbeiden en al uw werk doen. Dus,

wat af kan, moet af. Daarom brachten wij Zaterdag de versiering al aan. Zondag riep de kerk ons, tweemalen, 's Avonds — ik

zou haast zeggen voor de officieele — sluiting des jaars. Dat is altijd een ernstige ure, n.1. voor ons gevoel. Dan worden de herinneringen wakker gemaakt en hooren we soms stemmen uit lang vervlogen dagen. Op oudejaarsavond komt de ernst des levens soms met grooten aandrang tot ons en wat we anders niet toelaten, verzuimen we in die ure niet gaarne, n.1. om onszelven te bekennen dat we in het nieuwe jaar heel anders, veel beter moeten zijn als in dat wat voorbijging. Ja, ik zie er mijn publiek wel eens op aan. Meestal jonge menschen. Velen geven den indruk dat zij niet voor indrukken vatbaar zijn. Zou dat zoo zijn ? Neen, maar ieder mensch is op z'n tijd komediant. Deze op de planken, die op de kermis, soms ook in de kerk, zelfs bij het geopend graf, en niet weinigen spelen meesterlijk hun rol op 31

December. De een is dan ernstig, zeer

ernstig zelfs, en gaat heen in de meening,

dat het nu voor het heele jaar goed is gemaakt. En een ander doet heel gewoon,

zegt dat hij ook 31 December een heel

gewonen dag vindt en niet kan begrijpen dat

sommigen daar zoo n vroom poehah van

maken, maar.... ondertusschen maken deze toch wel hun balans en buigen hun knie, en zeggen smeekend, een ieder in zijn eigen taal: O God, wees mij zondaar genadig !

Het is 1 Januari 1912. Handdrukken. Hartelijkheid. Lieve wenschen. Vele brieven. Zoo is het overal. Hier ook. Maar er was met Nieuwjaarsdag ook nog iets bijzonders aan het handje. Dat bemerkt ge, wanneer u van ons dorp den weg naar het ziekenhuis inslaat. De vlag op uw Bethesda! zegt ge. Ja, en zouden we niet, nu onze dokter heden 25 jaren achtereen fin onze stichting verbonden was? Stil, daar gaat de kerkbel. We gaan nu samen op. De jubilaris met zijn gezin gaan ook tempelwaarts. Daar komen de voorzitter en de penningmeester ook nog aan. Kostelijk, dat wordt een'mooie beurt. We houden een veel kortere liturgie als anders, brengen onze gelukwenschen aan allen en ieder afzonderlijk en nemen deze gelegenheid waar om ons, namens bestuur en allen le richten tot den dokter. Velen onzer hebben hem gekend in de frissche kracht zijner jeugd, maar allen kennen wij hem met de

groote energie voor zijn werk en de groote toewijding voor de gezonden en zieken op het Weezendorp. Dat dokters drankjes soms o zoo smerig smaken, dat proefden vele geslachten van de Neerbosschers, maar dat dokter J. J. de Blécourt altijd meeleeft met z'n kleinste en oude patienten, dat weten allen, die hier met hem kennis maakten. Dat bestuur en directie het werk van onzen dokter zeer op prijs stellen, omdat hij zoo heelemaal past in het kader onzer medearbeiders, behoefde ik niet met vele woorden te zeggen: dat ziet ieder. En daarom, herhalen wij hier, wat wij gaarne alle weezenvrienden laten hooren: dokter, God zegene U en Uw huis. De Heer geve U naar lichaam en ziel te ervaren, dat bij Hem en van Hem de krachten zijn, die we noodig hebben om gelukkig te' leven en zalig te sterven. Lang leve onze dokter!

Na den kerkdienst hebben de medearbeiders dokter gehuldigd, bij monde van den heer A. L. Gerritsen, we hebben toen samen koffie gedronken en daar kwam Neerbosch' jeugd met de muziek. Een commissie uit onze kinderen kwam in de pastorie en bood dokter ook een geschenk aan. Goed zoo. Toen kwamen uit alle Huizen een tweetal jongens of meisjes gelukwenschen namens hunne huisgenooten, en ten slotte een paar Moederhuizers met hun klein aandenken.

Een kostelijk nummer van het feestprogramma.

Natuurlijk trok dokters hart al lang naar het ziekenhuis. Daar wilde hij vandaag vooral even zijn. Wij mee. Alleraardigst. De deuren gaan open. De besturende zuster Kwast, die dokter al die jaren bij heeft gestaan, en onze ziekenvader, de heer J. van Heteren, ontvangen den Jubilaris en zuster Nolke, onze diakones, schaart de meisjes van dit huis en de patienten, die voor ditmaal beneden mochten komen en

i • i _ n

aan zmgi aues: j

>

Keeds lang ging hier in 't rond

Het nieuws van mond tot mond,

't Is gauw weer feest; De dokter, lieusch 't is waar, Is vijf-en-twintig jaar, Op 't Weezendorp aldaar,

Steeds arts geweest.

Stemm' elk vereend van zin, Met ons den feestgroet in:

Heil, Neerbosch' Vriend: Gij hebt in al dien tijd, Neerbosch met lust en vlijt. Uw zorg en kunst gewijd, ]Jn trouw gediend.

Al deedt ge ons soms pijn, 't Moest ter genezing zijn.

Van breuk of kwaal;

Neen, aan geen pil of drasik, Aan U behoort de dank. Gebracht met blijden klank In dankbre taal.

Blijf voor Neerbosch op aard' Nog lang door God gespaard,

Zoo bidt elk meê,

Leef dokter, leef nog lang Geen vrees voor mes of tang. Weerhoud' ons blij gezang : Leef lang. Hoezee.

Een echt mooi moment: dokter op zijn

terrein en hem tegenkomende de hartelijk¬

heid bij monde van Oom Jan, die hier dok¬

ter toespreekt als leidsman van het Huis der kranken, en daarna van Ds. Piinacker

Hordijk, die dokter huldigt als Medearbeider en hem een geschenk aanbiedt. Nu naar boven en even naar de afdeeling der Jongens, dan naar die der Meisjes en eindelijk

naar die van de Medearbeiders, waar Mej

Westerkamp wachtend uitziet naar den

gewenschten dag der gezondheid. Op iedere

krib staat een vlaggetje en elke patiënt brengt dokter hulde, de een wat luider, een ander wat meer bedeesd, maar allen welgemeend en in de taal der goedgezindheid.

Wij hebben onze feestdagen nog niet zoo heel lang achter den rug, en kunnen ons dus best indenken, hoe het dokter te moede was. Bij zulke gelegenheden worden zelfs de grootste mannen klein. En daar zit ook een weldaad in: de dank, die schier geen woorden kan vinden, geeft meer dan zilverglans over de praktijk van ons leven. S.

jVlededeelingen.

TOMBOLA.

De prijzen worden verzonden na 10 Januari e. k.

EEN VRIENDELIJK VERZOEK.

Rfien zende voortaan alle gaven en gelden, voor Neerbosch bestemd, aan de Financieele Commissie van de Weesinrichting te Neerbosch, en niet aan Directeur, Administrateur, Boekhandel, Chef van Dit of Dat.

AAN DE DIRECTIE

geve men s. v. p. ten spoedigste kennis, indien gestuurde gaven niet verantwoord, gedane bestellingen niet uitgevoerd, gezonden brieven niet behandeld worden.

Eén nieuwe abonné.

Wij verliezen elk jaar door sterfgeval abonné's en evenmin als 'n mensch tegen geregeld bloedverlies kan, kan een courant tegen geregeld verlies van abonné's. Daarom moeten we telkens een poging wagen om weer op het normaal getal van abonné's te komen. Voor weinige menschen is het bezwaarlijk f 3 per jaar voor zoo'n blad als Het Oosten, voor een tijdschrift als De Vriend des Huizes af te zonderen, vooral niet als ze met z'n tweeën of

drieën gaan lezen. U hebt kennissen, familie, vrienden, nietwaar? Welnu, doe dan even een kleine poging om ons weer op de been te helpen. Eén abonné kunt u wel vinden. Ik schaam mij niet u te vragen er één te zoeken, schaamt u zich nu vooral niet om het aan iemand te vragen: het is voor een goede zaak. En .... misschien willen uwe kinderen wel een handje helpen. Het is net iets voor hen. Wacht,

even bij buurman vragen, bij grootvader, bij Oom Willem Zeker,

jongelui, zóó bedoelen wij het. Nog wat... voor iederen abonné, die u aanbrengt, moogt u één dezer boeken uit¬

kiezen. Dat is dan een aanmoedigings¬

prijs.

Om uit te kiezen voor een nieuwen abonné.

1. In Zijne voetstappen, van Charles

M. Sheldon.

2. Leven en Werken van Charles 6.

Finney.

3. De liefde wint het, van E. Everett

Green. (Voor meisjes).

4. Uit en Thuis, door T. van Otjddorp.

(Voor Jongens).

5. Vertellingen en Grappen, door C.

Wagneb. (Voor kinderen).

6. Sursum Corda, van Ds. A. Pijn-

acker Hordijk. (Poëzie).

Onze Uitgaven.

Onze Scheurkalender is totaal uitverkocht.

Wij wachten nog op de lijsten uit vele kleine handen, die Weezen-Almanakken willen nlaatsen.

De Almanak voor de Jeugd is niet

uitverkocht.

7miHncyc:srhnniroosters werden er

reeds 40396 afgeleverd.

Programma's voor De Week der Ge¬

beden liggen klaar.

De |ste Afl. 1912 van

De Vriend des Huizes

bevat:

1. Kunstlicht. Plaat in kleurendruk met

vers.

2. flnnliteor. Levensschets naar het

Franscli door J. G*. Steenbeek Jr.

3. Winterlied. Muziek van O. 11. Fro-

wein.

4. Twee brieven van Guido de Bray. 6. ¥v. F W. e. P. Graaf vau By-

landt, door Fit. Rumscheidt. (Met

■nortret.")

e. Wat het hart geen voldoening

geven kan.

7. De Cactusplant, door H. C. Valeton, met drie platen in kleurendruk.