Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

praeparaat opheldert met een of andere aetherische olie. Men vindt ze dan in nesten bijeen. Zeer fraai zijn ze te vinden in epitheelparels van epitheliomen. Brengt men deze parasieten in het weefsel van een dier, dan ontstaat er daar ter plaatse (bijv. in de nier) een carcinoom, dikwijls met fraaie epitheelparels, en in de regionaire lymphklieren vindt men eveneens carcinoomontwikkeling. Men ziet, de zaak is klaar. Schueller’s onderzoek was zoo eenvoudig, dat ik besloot het na te doen. Van een carcinoom van het net met colloide degeneratie bracht ik stukjes in de broedstoof, en vond inderdaad verschillende dingen zooals Schueller ze beschrijft; kleine ronde lichaampjes, in groepjes of afzonderlijk, soms met een kleine kern, soms zonder, soms met dubbele, soms met enkele contour, soms samen in een omhulsel, soms ook ovale of langgerekte niervormen. Daarbij dan groote lichamen met circulaire streping, bolletjes er in of er naast, soms met haartjes bezet, soms met een protoplasma-krans, soms lijken ze leege hulsels te zijn met een barst er in en vertoonen een gele kleur. De kleine bolletjes zijn van groengeel tot glanzend lichtblauw. Ik heb getracht deze dingen te kweeken en ze over te enten zoowel in gewone alkalische als in Plimmer’sche bouillon, maar dit is mij niet gelukt. Dat kan wel aan mij liggen. De lichaampjes verminderden langzamerhand, alleen de blauwe bleven over, die sprekend op gistcellen gelijken. Inspuitingen met deze bouillon bij witte muizen gedaan gaven nog geen resultaat. Onder de vormen die Schueller beschrijft, heb ik alleen de groote kapsels met poriën in den wand niet gevonden. Toch kan ik u iets vertoonen, dat precies op Schueller’s afbeelding van die dingen lijkt. Het zijn echter pseudo-parasieten, uit kurksohraapsel verkregen; echte kurkcellen. De booze wereld zegt, dat die van Schueller het eigenlijk ook zijn. Vervolgens heb ik een sarcoom onderzocht, maar daarbij niets gevonden, dat aan parasieten deed denken, en daarna, een mensch heeft wel eens vreemde invallen, een fibromyoom, dat colloid gedegenereerd was. Ook hieruit kwam een grijze massa in de broedstoof; het stnkje zelf werd bruingeel, een merkwaardige kleur, en in de massa vond ik goudgeelbruine bolletjes, die sterke overeenkomst vertoonen met de kleine parasieten van Schueller. En verder heb ik me overgegeven aan lectuur en beschouwingen. Die lectuur heeft me geleerd, dat de meeste schrijvers een van deze veelvormige gedaanten voor specifiek verklaren, zoo bijv. Sjöbring, de ovalen met een kern; Pfeiffer de groepjes met

348

Sluiten