Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

slap; uterus nog wat groot, reikte tot aan den navel; digitaal vaginaal onderzoek deed niets bijzonders ontdekken; nogmaals invoeren van D olér is’ katheter en uterus-irrigatie gaf weinig resultaat. Daar ook aan een faecale oorzaak kon gedacht worden, werd een clysma laxans gegeven, waarop om 7 uur ruime defaecatie volgde. Te half acht was de respiratie weer rustig, slikte pat. weer melk en bewoog zich een weinig. De urine, ’s avonds opgevangen, bleek slechts 1 °/00 eiwit te bevatten. De temperatuur maakte zeer groote sprongen, ’s Morgens 11 uur, vóór de aanvallen, was zij 36°2, ’s middags 2 uur, dus onmiddellijk na de aanvallen, 39°5; den dag daarna daalde de temperatuur ’s nachts weer tot 36°2, steeg daarna weer en bleef om 38° 87°5 schommelen, om na den KDen dag zelfs tot 39° te stijgen. Nadat zich den dag een groote nekrotische prop uiteen decubitus van de linker bil had afgestooten, werd de temperatuur normaal en bleef normaal. Onder absoluut melkdieet nam het proces overigens een normaal beloop. Den 6den dag werden de agrafen verwijderd; volkomen prima intentio; uterus normaal geïnvolveerd. Den 9den dag was er inde urine nog slechts een spoor van eiwit. Lochiën kwamen er int geheel zeer weinig; wel kwamen er gaandeweg een paar kleine stukjes vliezen los. Had de diepe nekrose door decubitus van de bil het geval niet gecompliceerd, zoo zoude pat. reeds na drie weken genezen het ziekenhuis hebben kunnen verlaten. Bij haar ontslag bleek de uterus vrij beweeglijk in retropositie te liggen, niet vergroeid met het lineaire litteeken van den buikwand. Ik heb dit geval zoo uitvoerig medegedeeld, in hoofdzaak met het oog op het plotseling optreden van de allerheftigste eklamptische aanvallen bijna 3 dagen post partum, bij vrij ruime diurese onder absoluut melkdieet, terwijl het eiwitgehalte van 12 tot 1 °/00 was gedaald en ook na de aanvallen bleef; en voorts om de aandacht te vestigen op het even plotseling ophouden der aanvallen. Resorptie van sterk met toxinen bezwangerde oedemen kan niet de oorzaak zijn geweest: pat. had absoluut geen oedemen; stase van lochiën, behalve een paar stukjes vliezen, was er niet, evenmin van urine. Toch kan mijns inziens alléén een mechanisch moment dit plotseling optreden en verdwijnen veroorzaakt hebben, en inde eerste plaats moet daarbij gedacht worden aan sterke vulling van den darmtractus en eventueelen druk van den puerperalen uterus op de ureteren. Ook scheen mij het eigenaardig type van deze aanvallen, waarin de tonische krampen alléén vertegenwoordigd zijn door rechtsdraaiing van het hoofd, terwijl de clouische krampen linkszijdig begonnen, der mededeeling waard.

157

Sluiten