Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ENDOTHELIOMA PORTIONIS YAGIINALIS UTERI INTR A Y ASCÜL ARE. (Uit het Pathologisch-Anatomisch laboratorium te Groningen.) DOOR Dr. E. HUIZINGA. Den Bsten November 1901 vervoegde zich bij mij mevr. Y., 63 jaar oud, met klachten over bloedige afscheiding, die ± sedert een jaar opgetreden, soms met intermissies van ten hoogste acht dagen, tot nu voortduurde. Inden laatsten tijd had ze daarbij gekregen het gevoel van verzakking, waarvan ze vroeger inde graviditeiten ook wel last had. Yan fluor albus of bijzonderen foetor van de bloederige afscheiding had zij niets bemerkt. Zij was niet mager geworden, verheugde zich ineen uitstekende gezondheid en had alleen veel hinder van pijn inde lendenen en af en toe inde linker heupstreek. De menstruatie, die altijd profuus was geweest en gewoonlijk om de 14 dagen optrad, was op 46jarigen leeftijd uitgebleven. Zij heeft 6 kinderen gehad, waarvan het jongste thans 28 jaar is. De puerperia waren steeds afebriel. De mictie was inde laatste maanden frequent geworden, de defaecatie was steeds normaal. Bij het onderzoek bleek er lichte inversie van den voorsten vaginaalwand te zijn, terwijl uit het ostium externum uteri en uitgaande van de voorlip van de cervix een hazelnootgroote tumor groeide, die, bloemkoolachtig van o]ipervlakte, bij aanraking de geringe spontane bloeding deed verergeren. De portio vaginalis zelf was, de leeftijd van patiënte in aanmerking genomen, groot en breed en vertoonde aan de voor- en achterlip kleine speldeknopgroote doorschijnende korreltjes, zooals later bleek berustende op gedilateerde cervixklieren (ovula Nabothii). Door den dikken panniculus adiposus kon het corpus uteri, evenmin als de ovaria betast worden. Yier dagen later verrichtte ik in narcose, waarbij de uterus in anteflexie bleek te liggen en vrij normaal van grootte te zijn, curettement, nam het kort gesteelde tumortje weg en deed een proefexcisie uit de achterste lip. Bij het microscopisch onderzoek bleken alle drie praeparaten pathologische bestanddeelen te bevatten, wier aard de uterusextirpatie weuschelijk maakten. Deze geschiedde dan ook zes dagen na de eerste ingreep, die P. zeer goed had verdragen. De operatie inde Roomsch-Katholieke Ziekenverpleging geschiedde N. Tijdschr. y. Verlosk. en Gynaec. XIII. 18

Sluiten