Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

c. Photogrammen vaneen patiënt met spondylolisthesis, bij wie spreker den 17 Juli sectio caesarea deed met longitudinale incisie van voorwand van den uterus tot over den fundus. De rand der placenta werd even geraakt. Bloeding gering. Kind, na breken der vliezen geëxtraheerd, is apnoïsch. De placenta en eivliezen werden manueel verwijderd. Uteruswand met diepe en seroso-sereuse zijden hechtingen gesloten. Buikwand gesloten op de gewone wijze in drie étages (peritoneaalnaad en fascianaad doorloopend met catgut, buikwond met twee zijden hechtingen en krammen). Verloop post operationem afebriel. Ka negen dagen verwijdering der krammen en zijden hechtingen. 10e dag avondtemperatuur 38°, lle dag 38,°5, 12e dag 38,°1, 18e dag 38,°2, met toenemende polsversnelling van 90 tot 110. Phlegmasia alba, na 14 dagen teruggegaan. Het kind leefde maar had pes varus (bij vrij veel vruchtwater). Het geval zal uitvoeriger worden gepubliceerd. Kaar aanleiding van het tweede geval (zwangerschap met cervixcarcinoom) vraagt Dr. Mendes de Leon, welke indicatie er bestond om hier de totaalexstirpatie te doen voor het normale einde van de zwangerschap. Als hij goed heeft verstaan, dan was het carcinoom nog in het beginstadium; had men in dit geval ook niet rekening moeten houden met het leven van de vrucht? Prof. Kijh of f stelt zich op het standpunt; bij een operabel carcinoom is elke dag uitstel noodeloos tijdverlies. Dit zal vermoedelijk ook wel de tendenz zijn van het geschrift, dat deGyn.Vereeniging op ’t punt staat in ’t licht te geven. Wanneer spreker de garantie had gehad, dat het carcinoom operabel zou blijven totdat de vrucht levensvatbaar was, dan zou hij daarop hebben gewacht. Die garantie had hij echter allerminst. De ervaring leert, dat carcinomen tijdens de zwangerschap als regel snel gaan groeien. Volgens Zweifel zou de nieuwvorming zich elke veertien dagen een centimeter uitbreiden. De kans is groot van uitbreiding in het parametrium, misschien ook inde vagina. Spreker vindt bet een eersten plicht te zorgen, dat een operabel carcinoom niet wordt tot een inoperabel carcinoom. De heer van de Velde kan toch het standpunt van den heer Kijhoff niet geheel deelen. Er.was hier sprake vaneen pas beginnend carcinoom van den achterwand van de cervix. De mogelijkheid, dat wij hier met een langzaam groeiend carcinoom te maken hadden, was dus niet uitte sluiten. Spreker zou liever de zaak een paar weken in observatie hebben gehouden en eerst tot exstirpatie zijn overgegaan bij gebleken snellen groei. De heer Oidtman meent, dat wij zooveel mogelijk ons hande-

308

Sluiten