Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

een panaritium incideert, de beroemde gynaecoloog, die een salpingotomie of castration utérine de Péan doet, voor de barende vrouw een minder onschuldige hulp dan de onbevoegde buurvrouw. Hoeveel honderde vrouwen worden niet onderslagen en geholpen door buurvrouwen (in dit land ruim 60°/o) met ongewasschen vingers , gedoopt in vuile patentolie, en toch heb ik nooit eén van die kraamvrouwen ter behandeling gehad voor infectie. Menigmaal heb ik, bij een forcipale extractie en bedreigd perineum, gegrepen naar de huishoudschaar, die bij de bandjes gereed lag en er ongestraft mede geknipt. Onderzoekt men bacteriologisch deze huisinstrumenten en vergelijkt men ze met de glimmend-vernikkelde trousse-instrumenten, die dagelijks gebruikt worden, dan kan men eigenaardige resultaten krijgen. In mijn „aseptische” trousse, waarop ik vrij accuraat meende te zijn, bevinden zich 18 instrumenten voor de dagelijksohe petite chirurgie, welke na het gebruik, door mijn knecht steeds worden afgewasschen in carbol en netjes opgepoetst. Ik heb 18 agar-platen geënt, door met elk dezer instrumenten drie streepen over de agar te trekken en in twee gevallen kon ik prachtige staphylococcen kweeken. Behalve deze, groeiden langs alle sneden der 18 agarplaten, samenhangende koloniën, omringd nu en dan door tientallen kleinere puntvormige, meestal bestaande uit zeer kleine coccen. Natuurlijk dat na dit experiment de geheele „aseptische” trousse werd uitgekookt. En ... uit mijn vrouw’s instrumentarium nam ik eveneens 18 stuks; naalden, spelden, schaartjes, brood- en keukenmessen; en wèl kon ik langs de sneden, die zij inde agar hadden gemaakt, coccen kweeken; kleinere, identisch met die uit de troiisse, en grootere, doch in geen enkel geval kreeg ik staphylo- of streptococcen te zien. Zijn nu onze instrumenten volledig door uitkooken te genezen, de ohirurg-accoucheur is minder gemakkelijk steriel te maken evenmin als zijn eenmaal besmette kraamzaal. De „echte” puerperaalkoorts zag ik eenmaal in Ruinen, waar eene I-para dooreen der collega’s forcipaal was verlost en die daarna zoo ziek werd, dat zij ua 14 dagen werd opgegeven. Eenige uren voor den dood der vrouw, riep men mij. Reeds in het voorhuis van de boerderij was de patiënte te ruiken, en met de linkerhand, goed ingeolied, onderzoekend, vond ik een groote vaginaalscheur met onregelmatige randen. Zij stierf, even nadat de man ’s avonds van mij terug keerde, met irrigator en carbol. En hoewel ik mij, bewust van het gevaar, geheel verwisselde

160

Sluiten