Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

opvatten, staat de groep der aangeboren vorm- en liggingsafwijkingen van den uterus. Ik heb bier niet de groote anomalieën, de atresieën en verdubbelingen van het genitaal-apparaat op het oog, maarde kleine afwijkingen, die op de grens van het physiologische liggen, welke grens vaak moeilijk is te trekken. Het zijnde aangeboren retro- en laterodeviaties en scherphoekige anteflexies van den uterus; de aangeboren vormveranderingen van de portio, met stenose van éen of beide ostiën of vernauwing van het gansche cervikaalkanaal; de verkorting of vernauwing van de vagina, die zoo dikwijls den stand van de portio in ongunstigen zin voor de conceptie bepaalt. Deze afwijkingen kunnen afzonderlijk optreden, maar komen heel vaak in verschillende combinaties voor. Het is dan niet gemakkelijk uitte maken, welke der bestaande afwijkingen in hoofdzaak de steriliteit bepaalt. Het is deze naar mijne ervaring zeer groote groep, die m.i. de grootste moeilijkheid oplevert voor het stellen der indicatie tot het al of niet in behandeling nemen van de steriliteit. Het is ook deze groep, waar de eisch in zijn volle recht treedt, dat men zich eerst zekerheid moet verschaffen omtrent het niet bestaan van steriliteit bij den man, voor men eene therapie met twijfelaohtig succes gaat instellen bij de vrouw. Of de schaal al of niet ten gunste eener behandeling overslaat, zal hier wel in hoofdzaak afhangen van het optimisme van den gynaecoloog. En wanneer ik, mijn statistiekje overziende, tot de waarneming kom dat ik geen dezer gevallen heb behandeld, dan volgt hieruit wel, dat ik in dit opzicht tot de pessimisten behoor. Misschien ten onrechte. En het is vooral om hier de ervaring van anderen te leeren kennen, dat ik dit punt in onze Vereeniging ter sprake heb gebracht. Haar mijne meening is de indicatie tot en de keus van eene behandeling al dadelijk daardoor binnen enge grenzen beperkt, dat een groot deel dier aangeboren afwijkingen voor geen enkele therapie toegankelijk is. De aangeboren deviaties bijv. laten in veel gevallen geen correctie door pessaria toe, en van massage zag ik niet anders dan een of schijnbaar of tijdelijk succes. Ook waar bijv. de dysmenorrhoe bij scherphoekige anteflexie door massage verdween, bleef de anteflexie vrij wel wat zij te voren was. Wat nog het meest voor de therapie in aanmerking zou kunnen komen, zijnde stenosen. Doch het begrip stenose is moeilijk vast te stellen, althans voor het ostiura internum. Zal men van stenose spreken, als men de sonde-knop niet door het ostium krijgt? Maar dat gebeurt uiterst zelden, en bij een kleine variatie vau de ligging

216

Sluiten