Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Over de Perforatie van het doode kind behoef ik niets te zeggen. De indicatie daartoe is duidelijk genoeg. Over de perforatie van het levende kind kunnen weinig woorden volstaan. Hoe men ook moge denken over het vraagstuk van het levensrecht der ongeboren vrucht, iedereen is het er over eens, dat perforatie van het levende kind een stuitende operatie is, zoowel voor den medicus als voor de omstanders. Overigens sluit ik mij aan bij Veit (vergelijk echter p. 271) en vermeen, dat bij een goed geleide baring nooit indicatie mag ontstaan tot perforatie van het levende kind. Onder goed geleide baring versta ik, dat de verloskundige zijn vak beheerscht; is dat zoo, dan zal hij al dan niet te voren wetende dat zijn patiënte een vernauwd bekken heeft zoo goed mogelijk alle maatregelen treffen in ’t belang der barende noodig. Hij zal rekening houden met de waarschijnlijkheid van S. C. of symphyseotomie, indien hooge tang of keering niet mogelijk zijn; desnoods de patiënte intijds laten vervoeren naar een ziekenhuis of zich verzekeren van goede assistentie voor de eventueel te verrichten operatie. In het afnemen van het getal perforaties, zoowel van ’t levende als van ’t doode kind, zie ik een bewijs van den vooruitgang der verloskunde. En dat dit getal afneemt, meen ik inde litteratuur te kunnen constateeren. Liermberger *) o.a. beschrijft 232 gevallen van craniotomie uit de He Verloskundig-gynaecologische kliniek te Weenen; deze gevallen zijn over de jaren 1890—1899 verdeeld als volgt; Aantal Aantal craniotomiën Aantal ver- Aantal craniotomiën Jaar. geboorten. in ’t geheel. nauwde bekkens, bij vernauwd bekken. 1890 2575 24 62 13 1891 2747 24 55 16 1892 2884 11 94 6 1893 2926 15 109 9 1894 3080 20 146 10 1895 3089 30 248 19 1896 3316 31 327 20 1897 3422 35 284 28 1898 3547 25 262 14 1899 3387 17 386 11 Uit deze tabel blijkt een vermeerdering van het aantal vernauwde bekkens, die ongeëvenredigd is aan de toeneming van het aantal geboorten, een feit. dat voor een goed deel zeker te wijten is aan nauwkeuriger onderzoek. Maar al houdt men deze wanveri) Dr. Otto Liermberger. Ueber 232 Craniotomiefalle aas der II gebartshilfliohgynakologischen Klinik in Wiën, 1902.

266

Sluiten