Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

vormen tusschen embryo en placentairconus. Pas later neemt zij in zich op de rudimentaire allantois. Eig. 2 vertoont het mikroskopische beeld vaneen gedeelte der kiemblaas, overeenkomende met stadium 111, naar de origineele teekening van Hubrecht. Het embryo bestaat nog uitsluitend uit ectoblast en is dooreen reep trophoblast met den eveneens ectoblasten placentairconus verbonden. Het hypoblast, vrij klein, legt zich dicht tegen het ectoblast van het embryo aan. Tusschen dooierzak en placenta bevindt zich een ruime exocoeloomholte. Tusschen embryo en placenta is een sterke verdikking van mesoblast waar te nemen, de eerste aanleg van den hechtsteel (Hs.). Eig. 3 staat gelijk met stadium YI van het schema. Het amnion is

gesloten en staat aan het hoofdeinde van het embryo dooreen smalle dubbele plooi nog in verband met de trophoblastschil. Caudaal wordt het eenige verband tusschen embryo en de primaire placenta door den sterk ontwikkelden hechtsteel gevormd.

Het voornaamste verschil inde vorming der kiemblaas tusschen Erinaceus en Tarsius is dus;

1. Erinaceus heeft een primair amnion, dat direct als gesloten holte gevormd wordt, Tarsius heeft een secundair amnion, dat door vergroeiing vaneen voorste en achterste amnionplooi ontstaat. 2. Tarsius heeft een primaire placentatie, door den mesoblastischen hechtsteel met rudimentaire allantois, Erinaceus heeft (afgescheiden van de omphaloïde placentatie inde vroegste stadia) een secundaire placentatie door de allantois, waarbij de hechtsteel niet tot zijn recht komt. Het primitieve, primaire amnion hebben zooals hij Erinaceus, ook de knaagdieren mus en cavia en de vleermuis pteropus ‘). Het !) Selenka. Studiën über Entwickelungsgeschichte der Thiere. Kreidel. Wiesbaden, 1883—1897,

8

Fig. 3.

Tarsius spectrum (Hubrecht).

Sluiten