Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

is, dan toch met de meest primitieve outogenesen van zoogdieren de meeste overeenkomst vertoont. Wanneer wij nu op grond van het nieuw ontstoken licht langs denzelfden weg als His, een schema van de ontwikkeling van de kiemblaas van den mensch trachten te vormen, dan zijnde resultaten heel anders, dan tot nu toe werd aangenomen. Overeenkomstig met de schemata van Hubr e o h t voor Erinaceus en Tarsius heb ik dit schema op plaat 111 voor den mensch samengesteld. Stadium. I staat gelijk met het ovulum van Reichert. Het trophoblast is slechts gedeeltelijk met vlokken bekleed. Reichert zegt van de holvormige verdikking aan den wand, dat zij bestaat „aus zwei Lagen differenter Zeilen.” Naar analogie met de bekende stadia van alle andere zoogdieren moeten deze twee lagen worden beschouwd als de eerste aanleg van ectoblast en hypoblast. Stadium II is evenredig aan het ovulum van Breuss, waarbij volgens de opvatting van His reeds een ruime ontwikkeling van mesoblast plaats had. Hypothetisch is hierbij alleen de praesurnptie van eeue primaire , met het trophoblast in aanraking staande amnionholte. Deze hypothese berust op de analogie met den egel, en op het feit, dat het amnion reeds zoo vroeg bij den mensch is gevormd, dat men moeilijk aan een andere reden van ontstaan kan denken. Stadium 111 geeft het ovulum van Peters (fig. 7) schematiseh weer, met dit verschil echter, dat het amnion nog niet in zijn geheel van het trophoblast is losgepeld. Stadium IV sluit zich geheel aan bij het ovulum vanSiegenbeekvatiHeukelom (fig. 9) met reeds van het trophoblast gescheiden amnion en met den primairen, eotoblastischen hechtsteel. Stadium V gelijkt op den toestand van embryo Evan Hi s en het embryo van Coste. Tusschen deze en de voorafgaande staan de embryo’s fig. 10 en 11 van Spee in het midden. Stadium VI en Vil zijn talrijk vertegenwoordigd en steunen op afbeeldingen door His, Kölliker e.a. beschreven. Op het stadium YII volgt de verdere toestand, waarin het amnion zich uitzet en aan den hechtsteel en het chorion zich aansluit, zooals dit in fig. 14 het geval is. Zuiver hypothetisch is dus in deze volgreeks van schemata slechts de primaire vorming van de amnionholte voor zijne afsplijting van het trophoblast door liet mesoblast. Het recht voor deze hypothese kunnen wij, zooals reeds gezegd is, ontleenen aan de analoge verhouding bij den egel. Buitendien aan het feit, dat ook bij den mensch het amnion een derivaat vormt

18

Sluiten