Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

omvang 76 c.M. Als parturiens opgenoraen 25 November, ’s avonds 8 uur; sinds anderhalven dag in partu; de weeën, die volgens mededeeling der vrouw, krachtig geweest zijn, zijnde laatste uren belangrijk in intensiteit afgenomen. Bij opname blijkt: uitwendig wordt de schedel vast op (of in) den bekkeningang gevoeld; de contractietoestand van den uterus maakt het onmogelijk re bepalen, waar de rug ligt; harttonen rechts en links zeer duidelijk , regelmatig ,140; links en rechts, doch vooral links wordt een sterk navelstrenggeruisch waargenomen; er is geen spoor vaneen contraotiering; bii inwendig onderzoek blijkt de schedel met een groot segment vast inden bekkeningang te staan, het diepste gedeelte nog boven de interspinaallijn , A. a. 1. v., het laagstaande promontoriurn wordt met den gekromden wijsvinger achter het hoofd omgaande, gemakkelijk bereikt, de ontsluiting is bijna volkomen; op het achterste wandbeen bevindt zich een vrij groot hoofdgezwel. ’n Half uur later wordt besloten tot forcipale extractie; bij een toen ingesteld inwendig onderzoek liep raeconium af. Zonder moeite wordt de linker lepel achter, de rechter vóór ingebracht; na het sluiten blijkt de tang goed te vatten, de extractie is niet lastig. De spildraai wordt met de tang niet geheel volbracht en zoo met nog iets schuin verloopenden pijlnaad, de schedel over het perineum geroteerd; dit wordt aldus gedaan bij wijze van proef inde hoop op een verminderde kans op ruptuur van het perineum. Een toch ontstane ruptuur wordt met drie zijden hechtingen gesloten. Het asphyctische kind schreeuwt eerst na 20 minuten. ’t Kind weegt 3000 gram en is 48 c.M. lang. Schedelraaten: B. 1. 8.25, B. P. 9.25. De kinderschedel vertoont de volgende eigenaardigheden: het achterhoofd is zeer lang; het r. wandbeen is geschoven over het linker, eveneens het r. voorhoofdsbeen over het linker. Vóór het 1. tuber parietale bevindt zich een roode plek, tienstuiverstuk groot, in welks midden, iets ingezonken, een bruine plek ter grootte vaneen stuivertje wordt opgemerkt (druk van het promontoriurn). De afstand van het drukspoor op het 1. wandbeen tot de plaats aan het r. wandbeen, die heeft gestaan tegen de symphysis, bedraagt, gemeten 80 minuten p.p., 7.5 c.M. Geval IV. N°. 9. ’Ol. R. H., 42 jaar, I-para. Kyphoscoliosis dorsalis (onderste gedeelte), geen compenseerende lordose in het lendengedeelte; rozenkrans; aan de extremiteiten geen rachitische verkrommingen; ze heeft vroeger rachitis gehad. Lengte 136 c.M. Bekkenmaten: D. sp. 28.5, D. cr. 27.5, D. tr. 29, C. B 19, afstand der Tub. Ischii 10 c.M.; stuk uitstekende Spinae ischii, het promontoriurn is niet te bereiken.

120

Sluiten