Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

tot aan den ribbenboog reikte waarbij de uterus in antefiexie lag. Hij meende operatie positief te moeten ontraden: trad er zwangerschap op, dan kon men nog altijd zien wat er gedaan kon worden. De heer Stratz heeft met genoegen gehoord, dat men zich met zijn indicatie vereenigt. Wat de litteratuur betreft, hij heeft niet bedoeld een volledige statistiek van Nederland te geven: dat zou niet mogelijk zijn, want er zijn in ons land ongetwijfeld nog veel meer gevallen dan hier zijn medegedeeld, gepubliceerd of niet gepubliceerd. Wat de combinatie van myoom en placenta praevia aangaat, Pfannenstiel houdt die voor tamelijk frequent, Spreker heeft ze niet dikwijls waargenomen en kan dus uit eigen ervaring daaromtrent niets mededeelen. De appendix-snede bij adnex-aandoeningen gecompliceerd met appendicitis heeft hij een paar maal beproefd. In het eerste geval was het heel gemakkelijk de adnexen te overzien; in het laatste geval werd door Dr. Rutgers de snede opzettelijk iets meer naar de mediaanlijn gelegd. De heer Kouwet komt nog even terug op de vraag van den heer Persenaire of het wcnschelijk zou zijn prophylactisch myomen te gaan enucleëeren wegens de kans op placenta praevia. Hij beantwoordt die vraag beslist ontkennend. Zijn persoonlijke ervaring is, dat de combinatie van myoom en placenta praevia niet frequent is. De heer Treub deelt mede, dat onlangs in zijn kliniek een patiënte is bevallen, bij wie een paar jaar geleden een intraumuraal myoom verwijderd was, waarschijnlijk wegens steriliteit. Bij die patiënte heeft de partus groote moeilijkheden opgeleverd. Dr. Slingenberg, die den partus heeft geleid, deelt de volgende bijzonderheden mede. Tijdens de zwangerschap werd een dwarsligging geconstateerd, die slechts met moeite ineen lengteligging te veranderen was en telkens weer in dwarsligging overging, zoodat met het oog op de vroeger verrichtte enucleatie aan recidief werd gedacht. Noch innoch uitwendig was evenwel iets vaneen myoom te Voelen. Pat. werd met een sluitlaken naar bed gebracht. Toen de partus intrad, bestond er weer een dwarsligging. Door uitwendige manipulaties kon geen lengteligging worden verkregen. Er werd inwendige versie en extractie verricht De versie was heel moeilijk. Do inwendige hand voelde een strictuur terwijl toch uitwendig niets vaneen contractie-ring waste ontdekken en het onderste uterussegment niet gespannen was De strictuur was hoefijzervormig en naar links open. Het hoofd kon slechts met groote moeite door dien ring worden gebracht, waarbij deze een weinig inscheurde. De strictuur, die iets boven de cervix zat, was blijkbaar een litteeken afkomstig

127

Sluiten