Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

die gemakkelijk vergelijkbaar zijn en de vormverandering tamelijk duidelijk demonstreeren. Als vaste punten heb ik genomen; Gd. de plaats van de glabella juist boven den neuswortel. Br. het achterste hoekpunt van de groote fontanel. Po. het hoekpunt van de kleine fontanel. Oc. de protuberantia occipitalis externa. N. de grens tusschen nek en achterhoofd, beide tubera parietalia. (Vergelijk fig. 1 Pk VI, een normalen kinderschedel, overgenomen uit het handboek van Parabeuf en Var nier, pag. 30 '). Door de eerste 5 punten te verbinden ontstaat een vijfhoek, waarin GU—V = afstand glabella—nek. Gd Br = „ glabella—achterste hoekpunt groote fontanel. Br—Po = „ achterste hoekp. groote font.—hoekp. kl. font. Po—Oc „ hoekpunt kleine font. —prot. occip. ext. Oc—N = „ protub. occip. ext.—nek. Om dezen vijfhoek te construeeren, hebben wij 7 gegevens noodig. Hiervoor had ik de keus uit 10 maten, waarvan ik de volgende heb genomen: Gl—N = Glabella—nek. N—Br = Nek—groot fontanel. Gl—Br = Glabella—groote fontanel. Gl—Po = Glabella—kleine fontanel. Gl—Oc Glabella—protub. occip. ext. Br—Po = Groote fontanel—kleine fontanel. Br—Oc == Groote fontanel—protub. occip. ext. Deze maten hebben het voordeel, dat zij de grootste zijn en dus de te maken fouten relatief zoo klein mogelijk. Ter controlemaat mat ik steeds den afstand N—Oc. De aldus verkregen figuur geeft een juist beeld van de sagittale doorsnede van den schedel. Zij is op elk oogenblik te construeeren, en de figuren onderling zijn zeer gemakkelijk te vergelijken, door haar op de lijn Gl —N als basis te construeeren. Om over de verandering in dwarse richting te kunnen oordeelen v.n. om asymetrieën in teekening te kunnen brengen, heb ik den afstand gemeten van beide tubera parietalia tot de glabella en de kleine fontanel. Daardoor ontstaan twee driehoeken, die ik ter vergelijking in hetzelfde vlak van teekening heb gebracht (fig. 2h PI. V). Omdat die tubera dikwijls niet scherp zijn te bepalen, varieeren op elkander volgende metingen nog al sterk. i) Introductkm è I’étude clinique et a la pratique des Accouohements. Farabeuf et Varnier. Nouvelle Edition 1891.

183

Sluiten