Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

De regeneratie van het stroma geschiedt het laatst lumenwaarts van de groote gethromboseerde vaten op de placentairplaatsen. Langzamerhand schuiven elementen uit de omgeving zich over deze defecte plaatsen heen. De zwerfcellen met ijzerhoudend pigment zal ik afzonderlijk bespreken. b. Klier- en dekepitheel. Bij de beschrijving van den toestand van klier- en dekepitheel in het puerperium van Cercocebus wensch ik drie stadia te onderscheiden , welke ik achtereenvolgens bespreken zal. 1. Yoorloopige bedekking door prae-existeerende epitheelcellen. 2. Woekering van het overblijvend klierepirheel door araitotische deeling (na afstooting der nekrotische oppervlakkige lagen). 3. Definitieve regeneratie door mitotische deeling. 1. Yoorloopige bedekking door prae-existeerende cellen. Een gedeelte der inwendige oppervlakte heeft inde vroegste puerperale stadia reeds een bekleeding, welke te danken is aan het klierepitheel, dat tijdens de zwangerschap niet is te gronde gegaan. Deze bedekking van het slijmvlies is, gelijk wij nader zullen toelichten, slechts van zeer voorloopigen aard, Niet zelden heeft de overeenkomst van de afgeplatte epitheelcellen met stroma-elementen mij doen overhellen tot de voorstelling, welke Du val zich over de epitheelregeneratie had gevormd (zie blz. 244). Een dergelijke hypothese werd echter spoedig te niet gedaan door de waarneming, dat cylindrische epitheelcellen inde klierfundi langzamerhand overgaan in deze eigenaardige afgeplatte cellen en dat geheel overeenkomstige afgeplatte elementen ook aan het einde der zwangerschap in de klieren worden aangetroffen. Bovendien is het aantal klierresten na de haring op de placentairplaatsen meer dan voldoende, om de rijkelijke epitheelbekleeding te verklaren, in tegenstelling met hetgeen Pels Leusden (97) bij den menschelijken uterus vermeldt, waar aan het einde der zwangerschap bijna geen klieren meer zouden aanwezig zijn. Ook inde muscularis, waar reuzencellen bij Cercocebus geheel ontbreken, vindt men verscheidene met epitheel bekleede klieren direct post partum. De opvatting van Pels Lensden over de kliernieuwvorming uit z.g. serotinale reuzencellen is trouwens reeds door Asoh o ff (99) op uitvoerige wijze voor den mensch weerlegd. Eigen onderzoek en waarnemingen van anderen brengen ook Wormser (03) tot de uitspraak: „Die Angaben von Schwund der

263

Sluiten