Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

de klinische beteekenis der aandoening in het licht te stellen. lets dergelijks heeft reeds Kehrer in 1903 gedaan die 85 gevallen bijeengaarde; daar ik echter nog meerdere interessante waarnemingen heb gevonden, die ten deele door Kehrer zijn over het hoofd gezien, ten deele eerst na zijne publicatie zijn verschenen; en ik ook in verschillende punten het niet met Kehrer’s beweringen eens ben, hoop ik met deze publicatie een niet geheel overbodigen arbeid te verrichten. Mijn eigen waarneming luidt als volgt: Patiënte, 34 jaar oud, ongehuwd, werd 4 October 1904 in het O. L. Y. Gasthuis opgenomen met klachten over pijnen bij de menstruatie. Zij zegt eigenlijk nooit zonder pijn gemenstrueerd te hebben. De menstruatie was overigens regelmatig, nog al profuus, duurde 3—4 dagen. De pijn begon kort voor de menstruatie, duurde nog eenige dagen na het ophouden der menstruatie voort en zat altijd rechts. Wanneer zij zich erg vermoeide had zij ook inden tusschentijd pijnen rechts inden onderbuik. Overigens is zij nooit ziek geweest. De defaecatie was regelmatig. Mictiestoornissen bestonden niet. Yoor een jaar is zij reeds 2 maanden lang in specieelgynaecologische behandeling geweest. Men constateerde toen rechts van den uterus een tumor; en behandelde patiënte met rust, heete irrigaties en glycerinetampons. De bezwaren verminderden toen; ook meende men, dat de tumor kleiner was geworden, zoodat patiënte op haar verzoek werd ontslagen met den raad thuis de irrigaties voort te zetten en nog zooveel mogelijk rustte houden. Spoedig namen hare klachten echter weer dusdanig toe, dat zij inde laatste maanden iedere maand 3 weken lang pijn had en gedurende dien tijd tot iederen arbeid ongeschikt was. Status praesens. Patiënte is een vrij gezond uitziende vrouw. Hart en longen vertoonen geen afwijkingen. Bij uitwendig onderzoek van het abdomen is de streek der rechter fossa iliaca pijnlijk bijdruk; overigens geen afwijkingen. Vaginaal onderzoek: Een duidelijk hymen is niet aanwezig. Vagina nauw. Portio een er nullipara. De uterus ligt in retroflexie naar links , is niet vergroot en goed bewegelijk. Rechts van den uterus voelt men een ongeveer kippeneigrooten tumor, van vrij vaste consistentie, pijnlijk bij druk. Deze tumor is in geringe mate bewegelijk ten opzichte van uterus en bekkenwand en schijnt dooreen breeden steel met den uterus te verbonden te zijn. Aan de linkerzijde zijn geen afwijkingen te constateeren. De urine bevat geen abnorme bestanddeelen. Ka dit onderzoek stelde ik de diagnose op intraligarnentairen ovariaaltumor en verrichtte eenige dagen later in rustige chlorofortnnarcose de laparotomie.

25

Sluiten