Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

vallen, waar I—B1—8 maal (in het geheel 59 maal) de zwangerschap ongestoord verliep, zoodat uit deze cijfers wel niet geconcludeerd mag worden, dat de nierdystopie een het optreden van abortus inde hand werkend moment is. Ik kan Orth dan ook geen gelijk geven, wanneer hij door het feit dat in zijn geval nu een normalen partus inde tweede graviditeit (tweelingszwangerschap) abortus intrad, direct als bewezen aanneemt dat de nierdystopie mede de oorzaak van de onderbreking der zwangerschap was. Ik geloof met Kehrer, dat, om in deze questie een zeker oordeel te vellen, men eerst nog een grooter materiaal moet afwachten. Daarentegen is de beteekenis der dystopische nier als een het baringskanaal vernauwend hindernis in meerdere gevallen een onbetwistbare. Wanneer men in aanmerking neemt, dat bijna steeds de ligging der dystopische nier in het kleine bekken een gefixeerde is en zij dus geen gelegenheid heeft om evenals andere tumoren (ovariaaltumoren, myomen etc.) gedurende zwangerschap en partus naar boven uitte wijken, dan moet men zich eigenlijk er over verwonderen, dat nog zoo dikwijls het beloop van den partus vrij wel normaal was. In eenige gevallen is als eenige complicatie vermeld, dat de duur van den partus een zeer lange was (Hohl, Keh r er). In andere gevallen was bij alle haringen de ligging van het kind een pathologische. Zoo waren de beide partus van Mu 11 erhe im ’s patiënte stuitgeboorten; evenzoo de drie partus van Hochenegg’s patiënte. Bij de patiënte van Pischel bestond bij 3 partus 2 maal dwarsligging terwijl het bekken overigens normaal was. In het geval van C rag in was de conjugata vera van het overigens normale bekken door de hydronephrotische nier tot 7 c.M. gereduceerd: de eerste partus werd forcipaal getermineerd; bij den tweeden werd kort ante partum de nier vaginaal geëxstirpeerd. In liet geval van Albers—Schönberg eindelijk, waar een plat vernauwd bekken met een conjugata vera van 9,5 c.M. bestond, werd deze door de dystopische nier tot 7,5 c.M. gereduceerd. De beide eerste partus duurden telkens drie dagen, maar eindigden spontaan. Bij den derden partus ontstond eene ruptura uteri, die den dood der patiënte ten gevolge had. Ook Hohl moet reeds in 1828, zooals Kehrer aangeeft, een uterusruptuur bij een bekkeunier waargenomen hebben: ik kon hierover inde litteratuur geen verdere aanwijzingen vinden. Van de verschillende pathologische toestanden , die aan de nier tot ontwikkeling kunnen komen, komen bij de dystopische uier vooral de hydro- en pyonephrosen iu aanmerking. D or de gefixeerde legging van de nier kan hier weliswaar, zooals ook Lafoscade opmerkt, het bij de op hare normale plaats gelegen nier vaak voor-

62

Sluiten