Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

talrijk en sterk gevuld , de wanden der arteriën sterk verdikt; overal ziet men leucocyten infiltratie; om de vaten het sterkst. De plooien zijn verdikt, de stromacellen gezwollen met groote kernen. Het epithelium is grootendeels intact, maar afgeplat en zonder trilhaar. Inde buurt van de ruptuur is de wand veel dunner, het lumen verwijd en opgevuld met bloed. Het weefsel is overal sterk kleincellig geïnfiltreerd, zoodat de liistologische .bouw niet meer is na te gaan. Sterk gedegenereerde vlokken waren misschien nog aanwezig, enkele klompen syncytium waren nog duidelijk en sommige groepen cellen deden denken aan cellen van Langhans. De rechter tuba bevat eene uitzetting iets kleiner dan een duivenei, verborgen onder adhaesies. Zij bestaat uit 3 deelen: fig. 9;

I°. U.E. het 3 cM. lange uterine einde: wand verdikt, geïnfiltreerd, lumen open, nmcosaplooieu verdikt, epithelium compleet, cubisch. 2°. De duiveueigroote circurnscripte uitbochting; Zij omvat alleen den mesosalpingealen wand en is grootendeels intraligamentair gelegen. De wand is 11—2 ml. dik. In die uitbochting bevindt zich een ei; de eiholte communiceert met het tubalumen met eene kleine opening. Juist in die opening hangt een 1 cM. lang, nauwelijks als zoodanig herkenbaar embryo aan zijn navelstrengetje. Dit is geïnscreerd aan de mediale pool van het ei. Het ei heeft grootendeels van den wand losgelaten; het is nog slechts tegenover de

171

Rechter tuba van geval X, overlangs doorgesneden. Schematische voorstelling van de wijze, waarop een tubairabortus tot stand kan komen bij zetel van het ei inden isthmus. U.E. = Uterine gedeelte. A.E. ■— Verwijd abdominaal gedeelte der tuba, E. = Embryo. Am. Amnion.

Sluiten