Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Ben paar keer was currettement noodzakelijk wegens bet hardnekkig voortduren der bloedingen. Zij weigerde dan pertinent naar het Ziekenhuis te gaan! Zelden was de toestand eenige maanden achter elkaar normaal. Abortus provocatus steeds met verontwaardiging ontkend. De laatste maal gravida geworden, sprak zij mij haar „innig verlangen” uit ditmaal haar kind te zullen voldragen. 4 weken later werd ik ’s avonds om 11 uur geroepen en vond toen patiënte febriciteerende met pijnlijk opgezet abdomen; zij was om 7Va uur plotseling ziek geworden ; rillingen, braken, buikpijn, 40.3° etc. Bij onderzoek vond ik een open ostium uteri, tevens gezwollen; in het linker parametrium een + 4 c.M. dikken tumor, aan den uterus nauw aansluitend. Er viel toen nog geen bijzondere huidkleur te constateeren, doch den volgenden morgen vroeg viel een bronzen gelaatskleur sterk op. Huidemphyseem was er toen nog niet. Zij en hare omgeving gaven thans aan mijn aandringen op vervoer naar het Ziekenhuis toe. Patiënte werd dus opgenomen in het Rotterdamsche ziekenhuis aan den Coolsingel op Zondag 2 Juni op de chirurgische Afdeeling van Dr. v. Stock um. Er werd medegedeeld, dat zij den voorgaanden (Zaterdag) avond om half acht plotseling pijn inden buik gekregen had en daarbij veel braakte. Zij had den voorgaanden avond paling gegeten; verder zou er niets bijzonders met haar gebeurd zijn. Het braaksel zag zwart. Uit de ziektegeschiedenis ontleen ik het volgende: Heden (Zondag) morgen heeft zij nog ontlasting gehad, zij zegt dat zij nu niet zwanger-is. De pols is tamelijk goed. De temperatuur is 38°. Direct valt op de zeer eigenaardige roodbruine kleur van patiënte, Indianenrood. Ook de conjunctivae zijn eigenaardig roodbruin gekleurd. Dit zou van nacht pas zoo geworden zijn. Zij is benauwd en praat moeilijk. De buik is opgezet, maar week. De leverstreek is niet pijnlijk. Wel doet druk meer naar onderen erge pijn. De uterus is vergroot, week. Het ostium is voor een vinger toegankelijk. Links naast den uterus lijkt eene zwelling te bestaan. Zij wordt gecatheteriseerd: er komt zwarte troebele urine. Deze bevat bij onderzoek zeer veel haemoglobine, verder veel eiwit en phosphaten; geen roode bloedlichaampjes en geen galkleurstoffen. Ha eenige uren wordt patiënte zeer benauwd: de pols is zeer klein en frequent. De temperatuur stijgt tot 39°. De buik is zeer gespannen en zeer pijnlijk. Des avonds omstreeks 9 uur succombeert zij. Het lijk is vervoerd naar de lijkenkamer van het sectiegebouw en nadat van de chirurgische afdeeling inlichtingen over het geval verstrekt waren, wordt besloten zoo spoedig mogelijk een bacterio-

2

Sluiten