Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

organismen terwijl de z.g.glandulaire endometritis, de „klierwoekering” niets met bacteriën heeft te doen, maar veeleer afhankelijk schijnt van circulatie- en voedingsstoornissen die nu eens vaneen myoom, dan eens vaneen retroflexie der baarmoeder, in andere gevallen vaneen eierstoksverandering of een cervixcarcinoom afhankelijk zijn of oogenschijnlijk zelfstandig zijn opgetreden. Als bijzondere, wel te onderscheiden aandoeningen leerde men de endometritis post abortum en de tuberculose van het endometriura kennen. Door ons Hollanders wordt, afgezien van de gemengde vormen, scherper onderscheid gemaakt tusschen de echte ontsteking, de endometritis eenerzijds met op den voorgrond tredende veranderingen in het stroma en de hypertrophie van het endometrium met kliervergrooting en klierverraeerdering anderzijds. Wij danken dit scherpe onderscheid aan de onderzoekingen, die S ohm al deed onder leiding van Siegenbeek van Heukelom en aan het pakkende betoog van Treub bij het eerste internationale gynaecologen congres te Brussel in 1892. Met deze kennis gewapend zijn wij gewoon na mikroskopisch onderzoek van het met de curette verwijderde baarmoederslijmvlies onze diagnose te stellen. Wij herkennen op deze wijze aan de „atypische” klierwoekering het maligne adenoom en het carcinoom van het corpus uteri, aan de reuscellen met kleincellige infiltratie e.d. in het stromade tuberculose van het endometrium, aan de eilandjes van deciduacellen, de schimmen van chorionvlokken en eigenaardige „zaagvormige” klieren de endometritis post abortum, aan de sterke infiltratie met „kleine” cellen in het stroma en de afstooting van het oppervlakte-epitheel de echte ontsteking en wij spreken van glandulaire hypertrophie en hyperplasie van het endometrium, wanneer wij vinden dat in het mikroskopische praeparaat geen rechte, niet al te talrijke, op dwarse doorsnede cirkelronde klierdoorsneden maar wèl uitgezette, gekronkelde, ingestulpte, buitengewoon talrijke klierdoorsneden zijn te zien, daarbij uitgaande van de onderstelling dat het normale slijmvlies van het lichaam der baarmoeder „in hoofdzaak bestaat uit „een in slechts matige dikte aanwezig kernnjk grondweefsel, stroma, „waarin buisvormige, vrijwel recht verloopende uitstulpingen van „het oppervlakte-epithelium (klieren genaamd) in matige hoeveelheid, loodrecht op het oppervlak verloopen” (Treub, Gynaecologie IYe Druk p. 236; Deze beschrijving van het normale endometrium vindt men in alle handboeken). Uit de glandulaire hypertrophie van het endometrium leiden wij regelmatig de te sterke en de te snel opeenvolgende menstruatie af; wij behandelen haar als een zelfstandige afwijking tenzij wij

50

Sluiten