Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

De heer Nijhoff acht dit nu juist niet uitgemaakt, want hij heeft den indruk gekregen, dat in dit geval de repositie gemakkelijk had kunnen geschieden, omdat na klieving van het Gnbern. Hunteri het ovarium dadelijk zijn distale pool naar buiten draaide. Naar aanleiding van het tweede door den heer de Snoo medegedeelde geval vraagt de heer Nijhoff of de diagnose carcinoom wel gerechtvaardigd was? Deed het mikroskopische beeld niet veeleer aan een perithelioom denken? De heer de Snoo zegt, dat hij de diagnose in dubio heeft gelaten, tot hij inde litteratuur soortgelijke gevallen als carcinoom vond medegedeeld. De cellen zitten duidelijk inde lyraphspleten. Het klinisch beloop van het geval bewijst voldoende, dat de diagnose carcinoom ventriculi juist was. Prof. Kouwer demonstreert: I°. Mikroskopische praeparaten, afkomstig van den uterus van eene vrouw van 69 jaar, die aan stinkende uitvloeiingen leed. Natuurlijk werd er aan carcinoom gedacht. De uterus was echter bijzonder klein en het proefcurettement bracht gangraeneuse massa’s voor den dag, waarin bijna geen mucosa waste herkennen. Mikroskopisch bleek acute endometritis. De oorzaak was duister, en daar het vermoeden, dat er toch iets van malignen aard achter schuilen kon, bleef bestaan, werd de uterus per vaginam geëxstirpeerd. Bij onderzoek van het verwijderde orgaan kon niet veel bijzonders worden geconstateerd. Er was een atrophisch slijmvlies, met geregenereerd oppervlaktepitheel en hier en daar nog resten van ontsteking. Bovendien werden verdikte arteriën gevonden. Blijkens verschillende kleuringsmethoden berustte die verdikking op sterke woekering van elastisch weefsel inden vaatwand. De vaten hebben hun lumen bewaard. De vaatverdikking kan dus moeilijk oorzaak zijn van gangraen. Denkbaar is een infectie vanuit de vagina, die in den uterus een minder weerstandskrachtig weefsel vond. De heer Driessen meent, dat inde mikroskopische praeparaten verkalking van den vaatwand is te zien. Dat kan aanleiding geven tot stuwing, en tot apoplexia uteri. Dientengevolge kunnen zelfs poliepeuse woekeringen ontstaan. De heer Kouwer antwoordt, dat er in dezen uterus geen sprake is van apoplexieën. De nadere bestudeering der mikroskopische praeparaten met het oog op deze quaestie wordt, op voorstel van Prof. Kouwer, opgedragen aan Dr. Driessen, mej. van Koster en en mej. van Tussenbroek.

69

Sluiten