Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

hoofd ; de vera is dikwijls aan het geboren hoofd als door het bekken nagelaten indruk na te meten, ter controle van onze uit de diagonalis berekende vera. Bij de berekening van de vera kan ik een kam op den achtervlakte van de symphyse doen gelden enz. In nevenstaande tabel vindt men dan, volgens Nijh o f f’s indeeling het overzicht over 101 gevallen: De Utrechtsche kliniek ontmoette dus op 919 partus 101 bekkenvernauwingen, de Groninger dus in 23°/,, Utrecht in ll°/0 van het geheele getal. Dit belangrijke verschil kan het gevolg zijn van de kleine cijfers, maar kan ook voor een deel het gevolg zijn van verschillende methoden van meten. Als A en B dezelfde diagonalis melen, vinzjj nog geenszins dezelfde waarde daarvoor, en dit verschil kan niet bij één, maar zelfs bij honderd bekkens telkens weder in denzelfden zin zich voordoen. Dat hangt af van individueele methoden. Zoo worden de grenzen der groepen, ook de begrenzing tusschen al of niet als vernauwd te beschouwen bekkens, verschoven, de vergelijking moeilijk. Zoolang wij dus niet allen onze C. Y. meten met een geschikt instrument (Bylicky, Gauss), blijft dit struikelblok bestaan. Het aantal bekkens, dat ik op deze wijze gemeten heb, is echter nog te klein, om er reeds nu gebruik van te kunnen maken. Onderling overleg tusschen de verschillende clinici ware hoogst gewenscht! De Groninger statistiek heeft 77°/0 multiparae, de Utrechtsche 64°/0; plaatselijke invloeden moeten hier een rol spelen. Nijhoff verloor 5 vrouwen, ik ééne, na een spontane haring, aan atonische bloeding. Yijhoff verloor, na aftrek van de reeds dood inde kliniek opgenomen vruchten, 24 kinderen, ik 15, of N. 12,4°/0 ik 15°/0 *). Nijhoff zag bij eerstbarigen 44,7°/0, bij meerbarigen 24°/0 spontaan ter wereld komen, ik bij eerstbarigen 59 °/0 bij meerbarigen 25 °/0. De hooge tang bracht in Groningen 22 kinderen ter wereld, waarvan 5 dood, en in Utrecht 7 kinderen, waarvan 1 dood. Hierbij wil ik echter twee belangrijke beschadigingen bij vrouwen niet verzwijgen. De prophyladische keering op den voet werd in Groningen 38 maal toegepast, waarbij 4 kinderen het leven lieten, in Utrecht niet. Het niet toepassen dezer methode in Utrecht kan ten deele een verklaring geven voor het grooter aantal spontane haringen in Utrecht !) Onder dit 15-tal zijn begrepen een geval van placenta praevia en een sterfgeval aan infectie, die met de vernauwing niets te maken had.

118

Sluiten