Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Status: Oedeem van gezicht, buikwand, vulva en beenen. Uterus gravidus a terme, hoofd even inden ingang. Algemeen vernauwd hekken, conj. diag. 10.1, vera ± 8.5. De urine bevat 4°/00 eiwit. Pols 80. Absoluut melkdiëet en rust. Het eiwit-gebalte daalt tot 2°/00. 18 Juli ’s morgens beeft patiënte hoofdpijn en braakt. Af en toe heeft zij zwakke weeën. Te 9u. v.m. is de cervix bijna verstreken, het hoofd bewegelijk inden bekkeningang. ’s Middags half één krijgt zij een zeer zwaren eclamptischen aanval. Ondanks 10 mGr. morphine treedt te 1 uur een 2e aanval op. Chloroformnarcose: de cervix is verstreken, de ontsluiting 6 cM. Dr. Bitter dilateert tot 9 cM. volgens Bonnaire in 30 minuten, breekt daarop de vliezen, waarna de navelstreng uitzakt. Onmiddelijk wordt de keering gedaan en het kind met veel moeite wegens de bekkenvernauwing geëxtraheerd. Het is schijndood, komt na 10 min. bij, weegt 3.770 K.G. Er ontstond een cervixscheur tot in het gewelf en een perineaalruptuur tot inden anus. Na den partus traden geen aanvallen meer op. De oedemen namen echter toe en den volgenden dag trad totale amaurose op, die ± 24 uur duurde. Deze uraemiscbe toestand ging spoedig voorbij en de genezing werd alleen gestoord door infectie van de gehechte ruptura perinei met lichte temperatuursverhooging. Inde urine bleef een spoortje eiwit. IY. N°. 307. I-p. 24 j. Bij opname 25 September heeft patiënte 5 aanvallen gehad. Tijdens het vervoer is zij uit haar coma ontwaakt, en nu goed bij kennis. ’t Gelaat is sterk opgezet, de beenen zijn zeer oedemateus. Inde blaas bevindt zich 30 cc. urine met 8°/00 eiwit. De fundus uteri staat hoog, de contractiering handbreed boven de symphysis; de schedel staat op den bekkenbodem bij volkomen ontsluiting. Daar de weeën zwak zijn, wordt het kind 10 u. v.m. buiten narcose gemakkelijk forcipaal geëxtraheerd, waarbij het perineum tot den sphincter scheurt. Hechting. Het kind leeft, weegt 2.42 K.G. Patiënte blijft rustig en wordt, daar zij ruimte moet maken voor een andere eclamptica, naar de algemeene zaal gebracht. Te 2.45 gaat zij braken; daarop volgt een eclamptische aanval (YI). Het bewustzijn keert spoedig weer terug, doch te 4.10 volgt weer een aanval (YII), gevolgd dooreen diep coma. Na dezen aanval werd 10 mGr. morphine ingespoten. Daar de pols klein en onregelmatig bleef, kreeg zij 1 L NaCl-oplossing subcutaan. Te 5.30 aanval YHI, weer 10 mGr. morphine, te 9 uur aanval IX, Daarna valt patiënte in slaap, waaruit zij na ruim 2 uren ontwaakt en dan bij volle bewustzijn is.

178

Sluiten