Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Men moet zich wel voorstellen, dat de bedoeling is, dat nu de vaginaal-wand zou zakken ten opzichte van de blaas. Dit echter is niet het geval. Bij al deze vormen van prolaps vindt men een cystocèle, d.w.z. met den vaginaal-wand is de blaas raeegezakt. Er is dus geen reden om aan te nemen, dat juist het weefsel tusschen blaas en vagina ruimer zou zijn geworden. Wel is al het weefsel inden bokkenbodem slapper geworden, dus ook dat, hetwelk tusschen symphysis en blaas gelegen is. Het is echter de vraag, of dit primair aan den prolaps is, zooals Schroeder wil, en dit weefsel bij druk van boven meer mee geeft, dan wel of deze verslapping niet anders

is, dan een uitrekking ten gevolge der tractie van den zakkenden vaginaal-wand. Een feit is, dat men bij prolaps herhaaldelijk een zakken van de geheele blaas kan waarnemen.

Met zeldzaam ziet men ook, dat het zakken begint boven inde vagina, met de portio. Hu worden beide vaginaal wanden gelij kelij k geïnverteerd; de portio komt het eerst naar buiten (lig. 20). Deze wijze van ontstaan van den prolaps wordt mogelijk, zoodra de vaginaalwanden zoo slap

zijn, en met het omgevende weefsel zoo los verbonden zijn, dat zij zich laten inverteeren. Het spreekt van zelf, dat diegenen, die verdedigen, dat het bandapparaat van den uterus, of het peritoneum onder gewone omstandigheden de baarmoeder op haar normale plaats doen blijven, nu aannemen, dat de ligamenten (Auvard, Lu tand, Pozzi), of het peritoneum (Eritsch), of beide (Eehling) verslapt zijn, en het daardoor aan den verhoogden intra-abdominalen druk mogelijk maken den uterus naar beneden te persen. Wij, die evenals Martin, en Hal ban en Tan dl er deze functie der ligamenten niet aannemen, laten beschouwingen over de bandapparaten achterwege.

116

Fig. 20. Prolaps. Tweede vorm. Partiëele uterus-prolaps; naar Hal ban en Tand ler.

Sluiten