Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

m.a.w. dat de cervix niet zoo inde vagina geduwd wordt, en dus evenmin gerekt kan worden. Bovendien is in bijna alle gevallen de knik tusschen cervix en corpus zoo gering, dat de intra-abdominale druk op beide bijna in dezelfde richting werkt; het effect op beide moet dan ook bijna gelijk zijn, en kan ónmogelijk zoo verschillend zijn, als Halban en Tandler aangeven. Alleen als in het ostium internum een afknikking ineen ongeveer rechten hoek bestond, zou de onderstelde gang van zaken althans denkbaar zijn. Het feit, dat Halban en Tandler zelf aangeven, dat het gedeelte van de verlengde cervix, dat in het vlak van de breukpoort,

van den hiatus genitalis ligt, meer dan de rest verdund is, (fig. 20) is nooit te verklaren bij een uitrekking doordruk van boven, doch wel bij uitrekken door tractie van onder en druk van den levator ani inde breukpoort. In het gedeelte onder de breukpoort moet door dit mechanisme de circulatie gestoord zijn, hetgeen de door Fr eund r) beschreven en afgebeelde stuwing en dus de fibreuse verdikking van de portio veroorzaakt.

Auyard, Treub e.a. verdedigen, dat de uterus niet verlengd zou zijn bij die vormen van prolaps, die beginnen met een zakken van den uterus zelf, bij die gevallen dus, waar de vaginaalwand niet aan de cervix trekt. Zij zien hierin een bewijs voor de opvatting, die ik nu bestrijd. Halban en Tandler geven afbeeldingen van op deze wijze tot stand gekomen uterus-prolapsen. Hierbij is de cervix wel verlengd, (fig. 20 en 25.) Yrij algemeen wordt sinds Schuit ze aangegeven, dat de uterus inden prolaps bijna altijd in retroversie ligt. Halban en Tandler ') Preünd. Zur Lelire vou den Blutgefassen der normalen und kranken Grebarmutter. Jena 1904.

121

Fig. 25. Prolaps. Elotigatie van de cervix; naar Halban en Tan dier.

Sluiten