Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

wegneemt, en dat, daar verschillende retroflexies bestaan zonder symptomen te maken, wel alle .retroflexies symptoomloos zullen zijn. Olshausen (1.0. 1895), komt hiertegen op, en memoreert, wat ieder gynaekoloog kan waargenomen hebben, dat de symptomen na repositie en de applicatie vaneen pessarium soms met een tooverslag in 12-—24 uren verdwijnen. „Es ist nothwendig, diese Thatsachen immer von Neuem hervorzuheben, weil es immer noch manche Aerzte, ja auch Grynakologen von lluf giebt, welche hartnackig an der Ansicht Soanzoni’s festhalten, dass die Lage-anomalie au sich keine Beschwerden bedinge. lliese Ansicht ist falsch”. Dat er retroflexies zijn, die gedurende korter of langer tijd (Krönig en Feuchtwanger: het op en neer gaan der subjectieve symptomen moet bijzonder gememoreerd worden), even als fibromyomen en dergelijke, geen verschijnselen maken, is wel waarschijnlijk. Of de oorzaak hiervan is, dat de ligging van den uterus nu zoo is, dat de momenten, die de straks te noemen symptomen veroorzaken, niet aanwezig zijn, of dat de vrouwen, bij wie deze retroflexies gevonden worden, minder „fijn besnaard” zijn en daardoor niet klagen, laat ik in het midden. Een feit is, dat niet zeldzaam de buikklachten, die de patiënte tot ons voeren, moeilijk op do liggingsafwijking kunnen worden teruggebracht, doch, wat nu na het voorafgaande duidelijk zal zijn, van de ênteroptose afhankelijk zijn. Hoe dikwijls en in welke mate dit het geval is, weten wij niet. Ik heb daarom getracht aan het Leidsche materiaal na te gaan, in hoeverre in deze eenige klaarheid te brengen is, en heb beproefd uiteen te halen, welke symptomen van de liggingsafwijking zelf wel afhankelijk en welke door afwijkingen in andere organen, speciaal door enteroptose, veroorzaakt zijn. Yan 291 inde laatste 15 jaren klinisch waargenomen vrouwen met ongecompliceerde, niet gefixeerde retroflexies klaagden 127 over menstruatiestoornissen inden zin van min of meer te sterk bloedverlies op den normalen tijd of van te frequent op elkaar volgende perioden. Negen klaagden alleen, dat de menstruaties onregelmatig geworden waren. Bij 76 was het bloedverlies werkelijk nog al zeer sterk. Poliklinisch namen wijde laatste 24 jaar 204 patiënten met eveneens ongecompliceerde retroflexies waar. 81 hiervan klaagden over vloeiingen. Klinisch zoowel als poliklinisch hoorden wij deze klacht dus in ± 40°/o der gevallen. Met dit cijfer wil ik niet zeggen, dat 40°/0 van alle retroflexies aanleiding geven tot verergering der menstruatie, want hoeveel vrouwen met retroflexies rondloopen, die geen medische hulp vragen, is niet na te gaan. Doch van de patiënten, die ons consultee-

165

Sluiten