Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

a. voor liet kind: wanneer de partus eenmaal zoover gevorderd is, dat een groot gedeelte van het kind inde onderste baringswegen is ingedaald en het vruchtwater is afgeloopen, is de druk van binnen inden uterus veel minder geworden en ontstaat gevaar voor geheele of gedeeltelijke loslating van de placenta en stoornis inde placentaire circulatie, druk op den funiculus en dergelijke. Ja, zegt men, maar dat gevaar kan men zien aankomen; dan moet men maar voortdurend en geregeld de harttonen van liet kind controleeren. Theoretisch volkomen inden haak, maar inde praktijk zijnde kraamvrouwen tegenwoordig wel zoo snugger, dat zij weten, dat één of een paar maal ausculteeren nu eenmaal bij een goed onderzoek hoort; maar dat telkens en telkens met zoo’n instrument op den huik komen drukken, is alleen al voldoende om haar te doen voelen, dat er nu toch zeker wel wat aan haperen moet; dat vinden zij vervelend, maakt haar zenuwachtig en angstig; daardoor worden weeën en buikperswerking minder en bereikt men juist het tegenovergestelde van wat men wenscht. En een onfeilbaar middel is het ook al niet. Want het eerste stadium der vagusprikkeling als gevolg der gestoorde placentaire circulatie, de verlangzaming der harttonen, duurt kort en dat bespeuren wij gewoonlijk niet; wachten wij zoolang tot de harttonen snel en onregelmatig worden, dan komen wij met ons ingrijpen nogal eens te laat om het kind te redden. Dat bewijzen de gevallen in tal van verloskundige verslagen te vinden, waar men, niettegenstaande geregelde en voortdurende auscultatie, toch verrast werd door de geboorte vaneen dood of diep asphyctisch kind. h. De bezwaren vaneen langdurigen partus voor de moeder zijn ook volstrekt niet denkbeeldig. Met den duur der haring neemt het gevaar voor infectie toe; nemen de krachten der vrouw af, de uitputting toe, dan opereert men onder minder gunstige omstandigheden. Een langdurig, zij het ook natuurlijk verloop, vergt veel meer van haar dan een kort durende operatie. Bovendien is door Prof. Kou we r nog gewezen op een ander bezwaar bij lang afwachten met forceps aanleggen; een bezwaar dat zich eerst later openbaart. Staat n.l. het hoofd langen tijd in het weeke bekken; wordt het voortdurend of tenminste telkens met korte tusschenpoozen door de weeën of door de buikpers aangedrukt tegen den bekkenbodem, dan blijven deze spieren langen tijd onder invloed vaneen factor, dien spierweefsel al bijzonder slecht ver-

226

Sluiten