Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

lijken? Zijnde opgaven van dien aard, dat zij met elkander vergelijkbaar zijn? Men lette op de tegenwoordige statistiek; A neemt een groep van bekkens niet onder de vernauwde op, die B wèl meetelt. A berekent de O.Y. uit de C.D. door er 2 cM., B door er naar gelang van omstandighedenll,3 cM. vanaf te trekken. De waarnemingen van A en B kunnen dus niet met elkaar vergeleken worden. C daarentegen, die de C.Y. direct meet, heeft weer andere uitkomsten dan D, die dit ook doet. Het kindergewicht is bij beiden verschillend, of niet meegerekend; of C heeft meer I parae, D meer pluriparae, enz, Een bruikbare statistiek zou aldus moeten zijn samengesteld: Hoofdverdeeling in primi-, secundi- en multiparae. Elk van deze hoofdgroepen moet verdeeld zijn naar de C.Y. in 6 groepen: C.Y. 7.7 A enz. tot > 9 cM., elk van deze 6 groepen in 7 ondergroepen naar het gewicht van het kind van 2500, 2750 enz. tot 4000 gram. Totaal dus 3X 6 X 126 ondergroepen, waarvan elk uit minstens 100 waarnemingen dient te bestaan, dus 12600 waarnemingen, een reuzenmateriaal! Toch is dit verkrijgbaar, wanneer allen samenwerken, en hun gegevens volgens bindende afspraak bewerken. Ea het zooeven opgemerkte breng ik met schroom het materiaal te berde van 111 vrouwen met vernauwd bekken, bij wie minstens 2 haringen werden waargenomen, te samen 365 haringen! Het is niet de bedoeling, daaruit besluiten te trekken omtrent de voortreffelijkheid vaneen of andere therapie, maar om eenige punten, zoo mogelijk, nader toe te lichten. I°. het verschil tusschen invloed van het algemeen vernauwde en het platte hekken. Terwijl men vroeger aannam, dat het platte bekken een voor de haring gunstiger prognose gaf dan het algemeen vernauwde, zijn in lateren tijd stemmen opgegaan, die liet tegenovergestelde volhouden. Wesselink *) o.a. becijfert dit uit het aantal spontane geboorten, de kindersterfte en de kwetsuren, aan de kinderen toegebracht. Echter bestond er een groot verschil tusschen 1- en multiparae. Hij vond n.1., dat bij I parae het algemeen vernauwde bekken slechter vooruitzichten gaf dan bij multiparae; bij het platte type was het juist andersom. Ik bewerkte nu mijn materiaal volgens 2 manieren van indeeling, de 2de beter te verdedigen dan de Iste, echter evenmin onaantastbaar. ') J. H. Wesselink. Over de prognose en therapie der haring hij het algemeen vernauwde en platte bekken. Acad. Proefschrift. Utrecht 1901,

27

Sluiten