Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

sarcoom nog inden uterus of cervix bevindt, heeft het geen gelegenheid zulke zwellingen te vormen, daar de weerstand van de wanden der uterusholte dit belet. Piek deelt een geval mee, waar de uterus door etter sterk uitgezet was, en zich nu inde holte een sarcoma botyroides kon ontwikkelen. Een verdere reden voor het ontstaan der druifvormige tumoren is het optreden van stuwing als gevolg van bemoeilijking der circulatie door ouderlingen druk dier polypeuze woekeringen. De diepst gelegen deelon van de nieuwvorming zullen hier het meeste van te lijden hebben, en deze zullen dan het sterkst oedemateus worden en de grootste gesteelde tumoren vormen. Metastasen van deze tumoren naar de parametria, de blaas, het S. romanum, tusschen rectum en vagina, tusschen blaas en symphysis enz. worden beschreven; deze treden pas laat op; overgang van de nieuwvorming op de portio en verder op de vaginaalwanden is reeds in vroegere stadia waargenomen. Hoewel we bij onzen tumor niet zeker weten, of de cervix dan wel het corpus uteri de plaats van oorsprong is, geloof ik wel, dat het makroskopisohe uiterlijk veel overeenkomst heeft met de hier gegeven beschrijving van het druifvormig cervixsarcoom, al valt dadelijk het verschil op, dat wel voornamelijk hierin bestaat, dat in onzen tumor ook inde centrale deelcn cystevorming aanwezig is, al is deze minder duidelijk dan inde peripherie, en verder, dat ook inden in 1907 verwijderden tumor cystevorming was opgetreden, hoewel deze niet ineen gepraeformeerde holte, doch tusschen vagina en peritoneum zich ontwikkeld heeft. Bij de mikroskopisohe beschrijving blijkt nu echter, dat een geheel verschillende aanleiding voor de cystevorming in beide soorten van tumoren aanwezig is. Ik begin met de beschrijving van Hessner, die van het stroma van het druifvormig cervixsarcoom het volgende zegt; Aan de oorsprongsplaats van de nieuwvorming vinden we stevige bindwoefselstrengen en daartusschen langwerpige of ronde celnesten. De cellen zijn meest rond of spoelvormig, zelden vertakt. Tusschen de cellen een homogene of fijnvezelige tusschenstof. Inde bindweefselstrengen talrijke vaten. Inde tumormassa, die gelegen is op de plaats van het ost. ext. uteri, treedt hot bindweefsel meer en meer op den achtergrond tegenover het zeer celrijke weefsel, dat cellen van de meest verschillende soort vertoont. Tusschen de cellen vindt men deels spieetvormige, deels ronde holten, met fijn endothelium bekleed, lymphsploten en vaten, die in enkele gevallen duidelijk verwijd zijn, zoodat hierdoor zelfs grootere holten ontstaan. Bovendien vindt men

103

Sluiten