Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

echter eerst succes, toen de zitheensknobbels, die 18 cM. uit elkander waren geweken, naar elkander werden toegedrukt en het hoofd, dat zich bevond inde groote ruimte tusschen zitheensknobbels en staartbeen, van achteren af, als bij het steunen van den bilnaad, inde schaamspleet werd gedrukt, ’t Kind was asphyctisch, kwam echter spoedig bij en woog 8.660 K.G. Ka den partus onderzoekende, blijkt, dat links op de plaats der eerste hebosteotomie een voerende bewegelijkheid bestaat, dat er dus geen beenige verbinding is. De verbinding was desniettemin een zóó stevige, dat zeer krachtige weeën, bij hare pogingen het hoofd in het bekken te drijven, niet in staat bleken, die verbinding te rekken of te verbreken! De groote uiteenwijking der zitheensknobbels, was mogelijk door bijzondere slapheid van den bekkenbodem. Reeds jaren bestaat een sterke prolaps, vooral van den voorsten vaginaalwand. Het kraambed was ongestoord. Patiënte stond den 13den dag p.o. op en liep dadelijk volmaakt goed, zonder eenig bezwaar. Met het oog op de sterke uiteenwijking der zitbeenknobbels werd patiënte half op en tusschen twee zandzakken gelegd. Bij vertrek bleek de dist. tub. 13.5 cM. in steensneêligging; inde ligging van Jon ges kwam daarin geen verandering. Op plaat YIII fig. 8 is zichtbaar, dat het tusschen beide zaagvlakten gelegen beenstuk naar beneden is verplaatst. Links noch rechts is eenig spoor van callusvorming te zien. Na-onderzoek: 10 Januari 1911: Toestand uitstekend, loopt goed, geen. enkele klacht. Afst. zitbeenknobbels 13 cM. Conj. diag. 8.2, C. Y. gemeten met Bylicky 7,3 cM. Links is op de plaats der hebosteotomie een duidelijke gleuf, terwijl rechts een riggel op de achtervlakte van het schaambeen te voelen is. Hier schijnt de verbinding beenig te zijn, terwijl dit links zeker niet het geval is. Daar toch kan men het mediale stukje van het schaambeen ten opzichte van het laterale duidelijk naar voren en achteren bewegen. Geval XI. 1909. Ko. 392. 33 j. YII para. Ook deze patiënte heeft een plat, rachitisch bekken, dat haar reeds eenige malen in groot levensgevaar heeft gebracht. Conj. diag. 9.5. Conj. vera ± 8 c.M. Wat de vorige haringen betreft: le. Versie en extractie? Kind dood. 2e. Versie en extractie. Kind leeft. 3e. Versie en extractie. Kind dood. 4e. Partus sponte praematurus. Levend kind. se.5e. Partus sponte praematurus. Opname bij volkomen ontsluitingen staande vliezen. Vliezen worden gebroken; het hoofd plaatst

177

Sluiten