Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

aan het kippenei. De afbeeldingen van embryonen met een vrije allantoïsblaas, die men in zoovele leerboeken der verloskunde vindt aan Kölliker ontleend zijn afbeeldingen van kippenembryonen. Na His’ waarnemingen aan jonge embryonen (1885), maar nog meer na de nauwkeurige beschrijvingen van nog jonger menschelijke eieren van Peters, Siegenbeek van Heukelom, Spee, Leopold, Bryce and Teacher, Cova e.a. kan bij het menschel}]k embryo niet meer sprake zijn vaneen vrije allantoïs zooals die bij de kip, bij het varken, het paard, de koe en den hond gevonden wordt. „Begreiflicherweise” zegt Hubrecht1) „war auch die „Allantois zunaehst vom Huhn bekannt und dasjenige, was dieser „ehrwürdige Urtypus für Wirbeltierembryologie darüber ans Licht „brachte, wurde so gut es eben ging für die andere Wirbel„tiere zurecht gel egt und auf sie zugeschnitten Es blieb nur „eine Schwierigkeit, dass namlich beim Menschen niemals eine freie „Allantois beohachtet wurde. Der eine (unwillkürliche) Yersuch „ eines Yerwalters einer embryologischen Sammlung, einen frühen „Embryo des Huhns als einen menschlicheu Embryo geiten zu „lassen, diente eben nur dazu sobald einmal der Irrtum klar lag „ die bestellende Schwierigkeit noch scharfer zu betonen. Weitere „ Untersuchungen haben ausserdem ergeben dass weder ein einziger „bekannte Affe noch auch Tarsius spectrum eine freie Allantois „besitzen.” Yolgens Hubrecht’s waarnemingen bij Tarsius, die zich uitstrekken tot de allervroegste tijdperken van het embryo, is de allantoissteel = buiksteel (Haftstiel) „eben früh differenziertes Meso„blast, weder splanchnischer noch somatischer Natur, durch welches „der Embryo, vom allerfrühesten Aufang. an, verblinden istmit dem„j enigen Abschnitt der Keirablasenoberflache, weloher zur Placenta „werden wird. Vorlaufig ist von Vascularisation noch nicht die Rede”. Hiermede schijnt de theorie van Schuit ze—Claudius, Ahlfeld—Schatz afgedaan. Baart de la Paille kon zich niet vereenigen met de theorie, „dat er oorspronkelijk één kiem geweest is, die door deeling of „liever door buitengewone woekering overtollige deelen voortbragt, „zooals men toch voor overtollige vingers en teenen moet aannemen ... „De splijting van het kiembeginsel werd door Leuckardt sterk „verdedigd uit de analogie van de splijting en knopvorming der „lagere dieren. Ook Yalentin, Panum en Bérard staan de „splijtingstheorie voor”, •) Die Saugetier-outogenese Jena 1909, p. 123—126.

199

Sluiten