Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

„tumeurs sécondaires, dont les unes sont pédiculées, les autres sessiles; „leur volume varie de celui d’un petit pois jusqu’a celui d’une „noisette .. . Les petites tumeurs out une consistence tres variable... „les unes contiennent un liquide purement séreux.. . dans d’autres „enfin nous avons trouvé des noyaux cartilagineux et un nombre „assez considérable de fragments osseux libres et isolés des parties „voisines, ainsi que des dents au nombre de vingt deux.” Tot de vierde groep belmoren de congenitale behaarde keelpoliepen. Door Ar nol d1) werd in 1888 een neus-keelpoliep beschreven, die bij een 13-jarig meisje was verwijderd en zeker was aangeboren. De poliep ontsprong van de linkerhelft der achtervlakte van het zachte verhemelte, een weinig links van de middellijn. Hij bestond uiteen bekleedsel van huid met talrijke oryptae en lanugo-haartjes. De hoofdmassa van den tumor was vet. Yan het eind van den steel ging een kraakbeenplaatje naar het vrije uiteinde, dat niet bereikt werd. Bij mikroskopisch onderzoek bleek de wand te zijn samengesteld uit epidermis, rete Malpighi en cutis. Haast de wolharen waren smeerklieren te zien. Zweetklieren ontbraken. Arll o 1 d rekent deze klieren tot de teratomen. Op deze wijze ziet men een geleidelijken overgang van de ergste en bijna ongeloofelijke misvormingen tot bijna onbeteekenende gezwelletjes, die het leven niet bedreigen. Door de blastomerentheorie wordt de epignathus op dezelfde lijn gebracht als de parasitaire dubhelmisvormingen, die met den romp of aan de stuit van den autosiet zijn verbonden, als de sacraal-tumoren en als de teratomen en dermoïdkysten van het ovarium en de testis. In al deze gevallen zouden dan blastomeren, van de rest van het embryo onderscheiden maar niet afgescheiden, tot een zekere mate van regelmatige of onregelmatige ontwikkeling zijn gekomen op de plaats, waar zij van de blastula werden afgesnoerd. Maar toch blijft het verklaren van de beide acardii naast den epignathus, dat volgens de theorie van Schatz zoo gemakkelijk scheen, een bijna hopelooze taak, zoolang niet meer gevallen aanknoopingspunten geven tot een eenvoudiger uitlegging dan de blastomeren-theorie van Marchand-Bonnet voorloopig kan aanbieden. ’) cf. Scliwalbe 1. c. II 327.

204

Sluiten