Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

der zaagvlakten een klinisch-beenige, doch meestal een fibreuse. Het verdient daarbij vermelding, dat ten duidelijkste is gebleken, dat het ontbreken vaneen beenige verbinding de vrouw nooit hindert, dat een fibreuse verbinding voor de functie volkomen voldoende is en dat zelfs het ontbreken vaneen aantoonbare verbinding niet schaadt. Bij de niet verwijde bekkens is meestal de aanwezigheid van eene beenige genezing vermeld. Intusschen is de beoordeeling van het bekken na de hebosteotomie niet altijd eene gemakkelijke en de vraag of de verbinding eene beenige is, evenals die of en in welke mate het bekken voor de toekomst verwijd is en blijft, niet zoo eenvoudig te beantwoorden als men geneigd zou zijn te meenen. Dit is inden loop der jaren wel gebleken, zoowel aan anderen als aan mij, dat: 1° soms de beenstukken ten opzichte van elkander bewegelijk blijken, ook al schijnt het op de Röntgenplaat dat er een beenige verbinding bestaat; 2° eveneens in sommige gevallen het mikroskopisch onderzoek bewezen heeft, dat geen beenige verbinding aanwezig was, waar deze op grond van Eöntgen-onderzoek en van klinisch onderzoek moest worden aangenomen; 8° bij een aantal patiënten in'den loop der jaren een grootere bewegelijkheid en een kleine vermeerdering der diastase optreedt, terwijl 4° bij andere vrouwen na verloop van tijd de diastase zich verkleint. Yan belang is het evenwel dat 5° in vele gevallen tijdens de volgende zwangerschap de bewegelijkheid duidelijk grooter wordt, terwijl bij de haring de beenstukken uiteenwijken. C. Yolg en d e haringen. Yan 13 na voorafgaande hebosteotomie bij mijne patiënten waargenomen haringen a terme verliepen 12 (op 7 vrouwen) spontaan of zonder dat ernstig ingrijpen noodig was, terwijl bij eene achtste vrouw de eenige na de operatie gevolgde haring door perforatie van het levende kind moest worden beëindigd. Inde hierbij gaande lijstjes zijnde mij uit de litteratuur bekende gevallen van haring na hebotomie met mijne eigene observaties vereenigd: Uit deze opgaven blijkt, dat op 85 haringen met voldragen kinderen (bij 68 vrouwen) 62 maal (bij 47 vrouwen) de hebosteotomie of eene daarmede gelijkstaande operatie niet, 23 maal (bij 21 vrouwen) wel moest worden herhaald; dat dus de gunstige gevallen ongeveer tot de ongunstige staan als ruim 2:1. Yu kan men misschien op sommige of, wil men dit, zelfs op vele dezer gevallen de

280

Sluiten