Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

op grond van het levensrecht van het kind, kan ik niet meegaan. Ook de moeder heeft rechten; het zou onbillijk zijn op haar principieel alle gevaren te laden. Men moet geven en nemen. Ook de invloed der schaambeensnede op de indicatie voor de hooge tang is merkbaar. Deze werd in ruim 8 °/0 der gevallen aangelegd, tegen 4.8 °/0 in Utrecht. Het doet mij genoegen bemerkt te hebben, dat onder ons geen ernstige tegenstanders van de hooge tang zijn. Wel verwondert het mij, dat van de Yelde en Yij h of f de schaambeensnede na het mislukken van de hooge tang verwerpen, omdat men het kind zou hebben kunnen beschadigen. Zeer zeker bestaat dat gevaar, maar inde handen van hem, die verstaat met de tang om te gaan, is dat gevaar al zeer klein. En men moet toch niet vergeten, dat de hooge tang menige schaambeensnede onnoodig maakt. Omtrent de prophylactische keering een enkele opmerking. De resultaten van Treub 4 doode kinderen op 60— zijn inderdaad niet slecht. Alleen rijst de vraag, hoe groot zou de mortaliteit van die kinderen zijn geweest in Utrecht of in Rotterdam en hoeveel kinderen zouden daar spontaan geboren zijn ? Die vraag is natuurlijk niet voor beantwoording vatbaar. Wel kan nagegaan worden, hoe de afloop der vorige haringen bij die vrouwen is geweest en hoe de volgende zijn of zullen verloopen. Yan mijn 6 patiënten, bij wie de moeilijkheden met het nakomend hoofd den dood van het kind tot gevolg hadden, zijn er twee nogmaals inde inrichting bevallen. Bij de eene extraheerde ik een 680 Gr. zwaarder kind levend forcipaal, terwijl de ander spontaan beviel vaneen kind van ongeveer dezelfde grootte (het eerste kind was geperforeerd). Alleen een onderzoek in deze richting is in staat inde gevaren, die het kind loopt, wanneer het geboren wordt met het nakomende hoofd, een duidelijk inzicht te geven en de waarde van de prophylactische keering ten opzichte van de hooge tang af te meten. Wat nu de primaire resultaten der schaambeensnede betreft, zoo ligt het inden aard der zaak, dat de mortaliteit van de kinderen nooit die der klassieke S. C. zal kunnen evenaren. Waar het doel van beide operaties hetzelfde is: n.l. het kind te redden, geeft deze omstandigheid aan de S. C. een grooten voorsprong boven de schaambeensnede. Wanneer dan ook de gevaren voor de moeder bij beide methoden mochten blijken gelijk te zijn, zou ik de S. C. zonder eenige aarzeling prefereeren. De totale mortaliteit der schaambeensnede bedraagt volgens Schafli 4.8°/0; de enquete van Routh bracht een totale mortaliteit der S. C. in England van 9.7°/0, d.i. het dubbele. In beide cijfers zit een massa leergeld. Het sterfte-

133

Sluiten