Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Behalve de boven in het licht gestelde mogelijkheid, dat, inplaats van het ontstaan der psychose aan de infectie juist de uitbreiding der infectie aan de psychose moet worden toegeschreven, komt bij het doorlezen der bovengenoemde publicaties de gedachte op, dat men niet met puerperale psychosen te doen heeft gehad, maar met koortsdeliria, ook wol symptomatische psychosen genoemd. Nu zijn deze volgens de bekentenis van deskundigen op dit gebied zeer moeilijk van elkander te onderscheiden: de eenige weg is na te gaan, hoe de psychische afwijkingen zich gedragen, nddat de koorts is verdwenen. Wanneer de vrouwen aan de ernstige infectie te gronde gaan, zooals bij Olshausen1) en Ballier2) bij velen het geval was, is natuurlijk deze onderscheiding uitgesloten. De gevallen van Picqué 3) echter, welke na het opruimen vaneen septischen abortus of het openen vaneen ahsces genazen, zoowel lichamelijk als psychisch, zoodat Picqué zelfs den operatieven weg als de therapie der psychosen beschouwt, maken het duidelijk, dat hier alleen van koortsdelirium sprake kan zijn, waarbij de psychische afwijkingen als symptoom der hooge temperatuur verdwijnen bij het dalen hiervan. Zonder aan infectie de alleenheerschappij toe te kennen, blijven ook onder de nieuwere onderzoekers voorstanders van de infectie als oorzaak in sommige gevallen bestaan, terwijl aan den anderen kant besliste tegenstanders van deze theorie worden gevonden. Zoo vindt Siemerling4) in 1908 onder 332 gevallen in 24 °/0 infectie, Meyer4) in 1901 van 51 gevallen slechts 5, Münzer4) in 1906 van 56 gevallen eveneens slechts 5 op infectie berustend. Wideroe4), die zijn oordeel grondt op 65 gevallen, vindt, dat infectie een rol kan spelen, terwijl dolly4) in 1911 op 79 gevallen 1/4 gedeelte met infectie gepaard vindt. Bischoff 5), in 1907, is van oordeel, dat de puerperale psychosen grootendeels ontstaan door infectie, de lactatiepsychosen door uitputting. Yoor de graviditeitspsychosen echter neemt hij erfelijke belasting als de hoofdoorzaak aan, terwijl de zwangerschap óf als een toevallige coïncidentie óf slechts als aanleidende oorzaak moet beschouwd worden. De eenige invloed, welken hij geneigd is aan de zwanger') Olshausen gecit. bij. Weebers. 2) Lal lier. These de Paris 1892. 3) Picqué. Buil. de la soc. d’Obst. de Paris 1905 tome YIII n°. 1 p. 19. Progrès med. 1904 n°. 33 p. 103. 4) loc. cit. 5) Bischoff. Aroh. f. Krim. Anthropologie u. Kriminalistik 1907 Bd. 28 p. 109.

8

Sluiten