Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

daarbij tot de slotsom gekomen, dat de uitkomst, wat temperatuursverhoogingen en draadinfeoties betreft, gunstiger was voor die gevallen, welke ineen algemeen ziekenhuis door mij werden geopereerd, dan die in mijn eigen kliniek ter operatie kwamen! Operatiemethode, techniek der asepsis, enz., enz. – alleswas in beide gevallen volkomen gelijk alleen de aard der patiënten verschilde: in het algemeene ziekenhuis de private patiënten, in de vrouwenkliniek de mingegoeden, d. w. z. inde laatste de slechter gevoede, meer uitgeputte en meer verwaarloosde menschen. Zooveel bleek mij toch wel zonneklaar, dat de resultaten, in die operatiekamers verkregen, waar veel meer en veel meer infectieuse gevallen werden geopereerd dan inde vrouwenkliniek, zeker niet slechter waren, zelfs beter, dan in deze laatste. Het Diaconessenhuis en het Bt. Andreasgestioht bezaten ieder slechts één operatiekamer! Ik wenschte nu gaarne te weten, of andere operateurs wellicht andere ervaringen hadden verkregen. Het bleek mij echter, dat het aantal gevallen, dat voor vergelijking bruikbaar was, veel te klein was, om er eenig besluit uitte mogen trekken. Ik moet mij dus op mijn persoonlijke ervaring blijven steunen voor mijn opvatting, dat de scheiding in operatiekamers voor wel- en niet-infectieuse gevallen in het geheel niet noodzakelijk is. Inde derde plaats zijn het de antwoorden omtrent de naadmethode, die mij in verlegenheid hebben gebracht. Ik beschouw de wijze van hechten der buikwond zeker als een zaak van belang, voornamelijk met het oog op de blijvende stevigheid, maar ook met het oog op de meerdere of mindere fraaiheid van het litteeken: voor de beoordeeling van het meer of minder doeltreffende der desinfectiemethoden heeft dit punt echter geen groote beteekenis. Zeker, wie de buikwond laagsgewijze met zijde hecht en daarbij niet veel draadetteringen beleeft, mag over de desinfeotie van de huid en het hechtmateriaal tevreden zijn. Wie daarentegen die hechtmethode moet opgeven, omdat hij er te veel draadinfeoties bij ziet optreden, mist die reden tot voldaanheid. In dit opzicht geven de ingezonden antwoorden echter niet het minste licht. Daar bovendien tusschen de werkwijzen der verschillende operateurs in nog zoo menig ander opzicht groot onderscheid bestaat, heb ik van de mededeelingen omtrent naadmethode geen gebruik kunnen maken. Evenmin hebben mij de inlichtingen omtrent de soort van buiksnede, inde middellijn of volgens Pfannenstiel en dgh, mij iets bruikbaars opgeleverd. Verder is het mij onmogelijk gebleken iets te beginnen met de onderscheiding der draadetteringen in diepe en oppervlakkige, in

163

Sluiten