Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

gezwel ter grootte vaneen klein kinderhoofd. De groote pijnlijkheid deed steeldraaiing vermoeden. Bij de operatie word een tamelijk groot myoom verwijderd; de zwangerschap bleef ongestoord en de partus volgde a terme. Dr. de Sn o o heeft bij een 40-jarige patiënte een groot myoom gezien, dat inde sde zwangerschapsmaand tot heftige pijnen aanleiding gaf. Onder rust zijnde pijnen verdwenen, de zwangerschap is doorgegaan en de patiënte is op tijd spontaan bevallen; na den partus reikte het myoom nog tot den ribbenboog. Bovendien heeft spreker drie maal de complicatie van zwangerschap en cervixmyoom waargenomen. In het eerste geval bestond er een groote tumor; patiënte was in.partu, de navelstreng was uitgezakt, het kind dood. Sectio Caes. was in dat geval niet gewenscht, perforatie evenmin. Het gelukte in narkose het myoom uit het kleine bekken op te dringen; het kind is forcipaal geboren. Later werd het myoom weer in ’t kleine bekken gevonden. Het bleef daar rustig zitten, tot het vrij plotseling begon te groeien. Toen heeft Spreker het geëxstirpeerd. Het zag er makroskopisch onschuldig uit en ook het mikroskopisch onderzoek leverde niets bijzonders op. Een jaar later werd de vrouw met longverschijnselen ziek; de diagnose werd op longtumor gesteld. Na den dood bleek er een metastatisch sarcoom inde long te zijn. Nader onderzoek van den uterustumor deed op een klein plekje een sarcomateuse ontaarding ontdekken. Het volgende geval betreft een vrouw in partu, bij wie het hoofd niet wilde indalen. Er bestond een aangezichtsligging. Nadat deze gecorrigeerd was, werd het kind forcipaal geboren. In ’t kraambed bleek, dat er een groot cervixmyoom bestond. De derde patiënt was de vrouw vaneen collega, die inde sde zwangerschapsmaand urine-bezwaren kreeg. Inden buik was een tumor te voelen boven den zwangeren uterus. Bovendien werd bij vaginaal onderzoek een myoom gevonden, dat ’t kleine bekken bijna geheel opvulde. Spreker adviseerde tot bekkenhoogligging; de urinebezwaren verdwenen daardoor; de bekkenhoogligging werd dagelijks herhaald en op deze wijze gedeeltelijk de tumor uit het kleine bekken gebracht. Zoo werd de 36ste week bereikt; toen trad partus praematurus in, die spontaan verliep. De heer van der Hoeven merkt op, dat er zelfs gevallen van enucleatie tijdens de zwangerschap bekend zijn met openiug van het cavum uteri, waarbij de graviditeit ongestoord is gebleven. De kans op afbreken van de zwangerschap na enucleatie wordt met onze verbeterde operatie-techniek steeds geringer. Terwijl Olshausen (Handb. Yeit) voor 1885—1895 nog 43 °/c abortus berekende,

243

Sluiten