Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

vond Thumim (Arch. f. Glyn. 1901) er voor 1886—1901 27 °/Q en Winter (Z. f. Gi. u. Gr. 1904) nog maar 19 °/c in 1904. De heer van der Hoeven spreekt vervolgens over de kans op zwangerschap na sectio caesarea. De mortaliteit der kinderen is bij de klassieke sectio caesarea 5 °/0: in vergelijking met andere kunstverlossingen dus vrij goed. Die der moeders is ongeveer 2 °/0. Yan de kinderen sterven in het le jaar niet meer dan van de spontaan geborenen. De moeders hebben na de operatie betrekkelijk weinig lasten. De operatie lijkt dus zeer geschikt. Maar er is één ding, dat bij de beoordeeling over het hoofd gezien wordt, en dat is, dat het mogelijk is, dat door de operatie de kans op een latere zwangerschap vermindert. En deze mogelijkheid is lang niet denkbeeldig, als men let op het frequent voorkomen van adhaesies, zooals men die bij een herhaalde keizersnede als resultaat van de vorige vindt. Spreker heeft getracht over dit punt iets meer te weten te komen. Zijn cijfers zijn nog klein, maar zij zijn toch reeds duidelijk ontmoedigend, en sporen aan, dat men ook van andere zijden dit onderzoek zal uithreiden. Door spreker en door Yeit zijn inde Leidsche kliniek sedert 1896 39 sectiones caesareae verricht. Alle moeders zijn genezen; van de kinderen stierven bij de operatie 2 (5 °L) en in het eerste jaar 4 (10.8 °/0). Rekent men de ongehuwden, en omdat de tijd voor tweede graviditeit misschien te kort geweest is, de gevallen na 1 Juli 1910 niet mee, dan zijn bij 17 vrouwen 22 keizersneden verricht. Yan deze 17 zijn er later maar 8 nog weer zwanger geworden, d.i. 1 op 2. Bij 5 van deze 8 is een tweede sectio caesarea verricht. Yan deze 5 vrouwen is er nog maar 1 voor de derde maal gravida geworden. Yan de 17 vrouwen hebben na dele sectio caesarea 5 nog één, en 1 nog twee levende kinderen gekregen, tezamen 7. De vrouwen uit den stand, waarin deze patiënten leven, krijgen blijkens tellingen uit de Leidsche polikliniek nog steeds gemiddeld 7 kinderen. De bedoelde 17 vrouwen hebben vóór de operatie (5 abortus meegeteld) 43 graviditeiten doorgemaakt. Daarna moesten zij er dus nog 7 X 17—43 = 76 gehad hebben, en zij hebben er gehad 17, waarvan 7 levende. Het nog treuriger resultaat na een tweede sectio caesarea bevestigt bovenstaande redeneering. De heer Mende 1 s vraagt, of er niet een psychische factor in het spel kan zijn: n.l. angst voor de operatie, die de volgende zwangerschappen beperkt.

244

Sluiten